Aderlating polyglobulie
Op deze pagina
Doel
Bij polyglobulie is het bloed te dik door een toename van het aantal rode bloedcellen. Polyglobulie wordt behandeld door aderlatingen (aftappen van bloed).
Bij polyglobulie zijn een aantal van de bloedwaarden verhoogd, vooral het hemoglobine en hematrociet, en is er een meer dan normaal aantal erytrocyten aanwezig in het bloed.
Meestal begint men met één aderlating per week. Op basis van het hemoglobinegehalte wordt de aderlatingfrequentie aangepast. Uiteindelijk volstaat een beperkt aantal aderlatingen per jaar.
Verloop
De verpleegkundige neemt eerst de parameters (bloeddruk, pols en temperatuur).
Op de plek van de afname wordt de arm gedesinfecteerd. Er wordt een infuusnaald in een ader ingebracht. Via een slangetje wordt het bloed opgevangen in een afnamezak. Zo kan de juiste hoeveelheid afgenomen bloed worden vastgesteld en geregistreerd. Zo nodig wordt een kleine hoeveelheid onderzocht in het laboratorium. De bloedwaarden komen in het patiëntendossier en de resterende afgenomen hoeveelheid bloed wordt afgevoerd en vernietigd.
Na de aderlating dient de verpleegkundige je nog 250 cc vocht (NaCl 0.9 % infuus) toe. De verpleegkundige neemt nogmaals de parameters (bloeddruk, pols en temperatuur). De hele procedure duurt ongeveer 30 minuten.
Nazorg
Na de aderlating is het goed om enige tijd te blijven liggen. Zo kan het lichaam zich aanpassen aan de nieuwe situatie. Je bent in korte tijd ca. 10% van de bloedhoeveelheid (ca. 0,5 l) kwijtgeraakt.
Tijdens deze rusttijd kan je het beste iets drinken en/of eten. Je krijgt een kopje koffie of cola aangeboden. We raden je aan om tot ongeveer een uur na de aderlating geen zware dingen te dragen met de arm waarin geprikt is.
Aandachtspunten
Je kan je tijdens of na de aderlating slap of duizelig voelen, zelfs in zwijm vallen door een bloeddrukval of -shock. Je kan je ook moe voelen. Verwittig tijdig de verpleegkundige die de nodige interventie doet.
Enkele nuttige tips:
Zorg ervoor dat je op de dag vóór de aderlating voldoende drinkt (ca. 2,5 l).Soms gaat het aanprikken van de aders wat moeizaam. je wordt verzocht dit van tevoren zelf aan te geven. Overleg met de verpleegkundige voor een eventuele oplossing