Behandeling met radium-223 dichloride
Op deze pagina
Doel
In een vergevorderd stadium van de ziekte zal de prostaatkanker zich mogelijk uitbreiden tot andere delen van jouw lichaam. Soms vermenigvuldigen cellen zich en vormen ze nieuwe tumoren, die uitzaaiingen of metastasen worden genoemd. In het geval van prostaatkanker vormen de uitzaaiingen zich doorgaans het botweefsel. De behandeling die je zal volgen, heeft tot doel specifiek de verspreiding van de ziekte in het skelet te bestrijden.
De inspuiting van Xofigo is een radiotherapeutische behandeling. Xofigo (dat alfadeeltjes uitstraalt) wordt intraveneus toegediend op de dienst nucleaire geneeskunde.
De behandeling met Xofigo is gebaseerd op het volgende werkingsmechanisme: Xofigo bindt zich bij voorkeur aan het bot daar waar er zich botmetastasen ontwikkelen. Door zich aan deze zones te hechten, zorgt Xofigo voor een intense bestraling van de botuitzaaiingen. Het beenmerg blijft daarentegen intact dankzij het zeer kort bereik van de straling.
Voordelen behandeling
Xofigo werd bestudeerd in een klinische studie op 921 patiënten met botmetastasen ten gevolge van een castratie-resistent prostaatcarcinoom. Naast hun gebruikelijke behandeling kreeg een deel van de patiënten Xofigo toegediend. De andere patiënten kregen een injectie die geen werkzame stof bevatte.
De patiënten die Xofigo toegediend kregen:
Leefden significant langer dan de patiënten die niet behandeld werden met deze stof.Vertoonden minder verwikkelingen door de botmetastasen zoals botpijn of botfracturen.Hadden tijdens de duur van de behandeling een betere levenskwaliteit dan de patiënten die de behandeling niet kregen.
Voorbereiding
Om het risico dat andere personen aan de straling worden blootgesteld te verkleinen, word je aangeraden eventuele chirurgische of tandheelkundige ingrepen in de mate van het mogelijke vóór het begin van de behandeling te laten uitvoeren. Vóór elke inspuiting van Xofigo, worden er bloedafnames uitgevoerd. De resultaten worden meegedeeld aan jouw artsen. Als de hoeveelheid rode bloedcellen, bloedplaatjes of neutrofielen (een type van witte bloedcellen) aanzienlijk is gedaald, kan het noodzakelijk zijn de inspuiting van Xofigo uit te stellen.
Verloop
Een volledige behandeling bestaat uit 6 injecties met Xofigo met telkens een periode van 4 weken tussen twee injecties. Voor elke injectie berekent jouw arts, specialist in de nucleaire geneeskunde, de toe te dienen hoeveelheid geneesmiddel op basis van jouw lichaamsgewicht.
Vóór de behandeling
Om het risico dat andere personen aan de straling worden blootgesteld te verkleinen, wordt je aangeraden eventuele chirurgische of tandheelkundige ingrepen in de mate van het mogelijke vóór het begin van de behandeling te laten uitvoeren.
Vóór elke inspuiting van Xofigo, worden er bloedafnames uitgevoerd. De resultaten worden meegedeeld aan jouw artsen. Als de hoeveelheid rode bloedcellen, bloedplaatjes of neutrofielen (een type van witte bloedcellen) aanzienlijk is gedaald, kan het noodzakelijk zijn de inspuiting van Xofigo uit te stellen.
Tijdens de behandeling
Wanneer de behandeling éénmaal is gestart, word je aangeraden jouw afspraken voor biologische analyses (van bloed, urine en stoelgang) of andere vormen van (niet-medische) lichaamsverzorging telkens zo kort mogelijk vóór de volgende inspuiting te plannen.
Dag van behandeling
Xofigo wordt via een korte injectie in een ader van de arm toegediend (intraveneus). Dit duurt ongeveer één minuut en is vergelijkbaar met een bloedafname. Je hoeft hiervoor niet opgenomen te worden in het ziekenhuis. Naast de toediening blijf je ook op controle bij uw behandelende arts om jouw toestand verder op te volgen.
Na de behandeling
Contacteer onmiddellijk jouw huisarts of behandelende arts bij:
Ongewone blauwe plekkenKoortsOvermatig bloeden na een verwondingKortademigheidExtreme vermoeidheidOpvallende gevoeligheid voor verkoudheden of infecties
Nazorg
Vaak voorkomende bijwerkingen
Diarree
Misselijkheid en braken
Daling van bloedplaatjes (trombocytopenie)
Minder vaak voorkomende bijwerkingen:
Roodheid, pijn of zwelling op de injectieplaats
Daling van witte bloedcellen (neutropenie/leukopenie)
Bloedarmoede (anemie), met vermoeidheid of bleekheid
Combinatie van daling van rode, witte bloedcellen en bloedplaatjes (pancytopenie)