Totale heupprothese
Op deze pagina
Doel
Het heupgewricht
Het heupgewricht bestaat uit 2 delen, namelijk de heupkop en de heupkom. De heupkop is het bovenste deel van het dijbeen. De heupkom maakt deel uit van het bekken. Beide delen van het heupgewricht zijn bedekt met een laagje kraakbeen, waardoor het gewricht soepel kan bewegen. Rond de heupkop en de heupkom zit een gewrichtskapsel. Dit zorgt ervoor dat de beide delen bij elkaar worden gehouden en dat de heupkop in de kom blijft. Verder zitten er rond het heupgewricht een aantal spieren die zorgen voor de beweging van het gewricht.
Waarom een heupprothese?
Een totale heupprothese is de meest geschikte operatie voor:
Artrose: het wegslijten van kraakbeen van het heupgewricht (zowel ter hoogte van de heupkop als de heupkom).Avasculaire necrose: verstoring van de bloedtoevoer naar de heupkop. Hierdoor treedt er beschadiging van het kraakbeen op.Bepaalde breuken van de heup.
Bij artrose en avasculaire necrose ontstaat beschadiging van het kraakbeen. Hierdoor komt het bot bloot te liggen. Dit zorgt voor pijn en vaak ook voor verstijving van de heup. De pijn wordt erger bij het stappen en bij bepaalde bewegingen (zoals in de wagen gaan zitten of bij het aantrekken van kousen en schoenen).
Wanneer de klachten ernstig zijn en niet verbeteren met rust, medicatie, gewichtsverlies (indien aangewezen) of injecties kan het aangewezen zijn om een heupprothese te plaatsen. Na de operatie zal de pijn verdwijnen en de heup terug soepel worden.
De heupprothese en toegangswegen naar de heup
Een heupprothese bestaat uit twee delen: de steel en kop
De beschadigde heupkop wordt verwijderd en vervangen door een nieuwe kop, meestal uit keramiek. De nieuwe heupkop wordt op een titanium steel geplaatst die vastzit in het dijbeen. Er zijn twee technieken om de steel vast te zetten in het dijbeen:
De gecementeerde prothese: hierbij wordt de steel vastgemaakt door een laagje botcement.De ongecementeerde prothese: hierbij groeit het bot vast op de steel en wordt de steel een deel van het dijbeen.
De beschadigde heupkom wordt tijdens de operatie uitgefreesd zodat een nieuwe kom geplaatst kan worden. De kom is gemaakt uit titanium waarin een binnenbekleding van kunststof (polyethyleen) of keramiek zit.
Er bestaan verschillende toegangswegen naar de heup. Binnen onze dienst wordt de anterieure, spiersparende toegangsweg gebruikt. Hierbij wordt het heupgewricht via de lies en de voorkant van het bovenbeen benaderd. Er wordt hierbij tussen de spieren gewerkt, zodat er geen enkele spier dient doorgenomen te worden. Het operatielitteken bevindt zich net onder de liesplooi.
Voorbereiding
Je dient steeds ten minste 1 keer naar de pre-operatieve consultatie te komen, zelfs indien alle onderzoeken bij de huisarts uitgevoerd werden. Neem in dat geval zeker alle ingevulde vragenlijsten en resultaten van de onderzoeken mee. Op deze manier kan de anesthesist de operatie goed voorbereiden.
Indien je, om welke redenen dan ook, geneesmiddelen neemt om het bloed te ontstollen of te verdunnen (zoals Marcoumar®, Marevan®, Sintrom®, Plavix®, Clopidogrel®, Efient®, Ticlid®, Dipyridamole®, Aggrenox®, Brilique®, Reopro®, Integrilin®, Aggrastat®, Aspirine®, Xarelto®, Lixiana®, Pradaxa® of Eliquis®), dien je contact op te nemen de huisarts. Deze medicatie dient tijdelijk gestopt te worden en soms vervangen te worden door inspuitingen. Als de bloedstolling niet voldoende geregeld is, dient de ingreep te worden uitgesteld.
De dag voor de operatie dien je nagellak en eventuele kunstnagels te verwijderen. Draag ook geen juwelen of make-up. Je moet jezelf ook grondig te wassen. Gelieve geen bodylotion of andere huidcrèmes aan te brengen op de benen.
Bij een ziekenhuisopname is het begrijpelijk dat de aandacht uitgaat naar de medische behandeling en het verblijf in het ziekenhuis. De periode na de opname is echter even belangrijk. De opname is kort. We raden dan ook aan om nu al stil te staan bij de mogelijke zorgen of hulp die je nodig hebt na de ingreep. Je kan je informeren en laten bijstaan door de sociale dienst van het ziekenhuis. Zij kunnen jou ook helpen bij het regelen van een revalidatieplaats.
TIP: check de pagina “hospitalisatie” voor handige tips en praktische info om je verblijf zo optimaal mogelijk voor te bereiden.
Verloop
De verpleging brengt je naar het operatiekwartier. Daar zal je even wachten in een ruimte waar ook andere patiënten wachten op hun operatie. Daarna komen de verpleegkundigen van de operatiezaal zich aan jou voorstellen en zullen ze jou vragen om plaats te nemen op de operatietafel. Vervolgens wordt je op de operatietafel naar de operatiezaal gevoerd.
De operatie gebeurt onder een volledige verdoving. De operatie zelf duurt ongeveer 1 uur, maar je bent ongeveer 90 minuten in de operatiezaal. Deze tijd is nodig om alle instrumenten klaar te leggen, je onder narcose te brengen en om jou na de ingreep opnieuw wakker te maken.
Na de operatie wordt je verder gevolgd in de ontwaakkamer. Zodra je goed wakker bent, krijg je van de anesthesist de toestemming om naar de kamer te gaan. Regelmatig zal een verpleegkundige de bloeddruk en hartslag komen meten. Dit is volstrekt normaal. Neem voldoende rust en laat niet te veel bezoek toe.
Wat mag je doen onmiddellijk na de operatie?
zich verleggen in bedbenen zachtjes optillenstuit oplichtenzachtjes opspannen en ontspannen van de spieren in beide benen
Wat mag je niet doen? Alleen uit bed komen. Vraag steeds een verpleegkundige of kinesitherapeut om hulp indien je uit bed wil komen.
De eerste dag na de operatie
De ergotherapeut helpt je om naar de badkamer te stappen. Hier kan je je zelfstandig wassen. In de loop van de dag komt de kinesitherapeut langs om met jou te stappen en te oefenen. Volledig steunen is toegelaten. Door snel en intensief te oefenen zal je vlot herstellen en zal jouw zelfvertrouwen sterk toenemen. De gangrevalidatie met krukken wordt aangeleerd op de kamer, in de gang en in de trappenhal. Steeds onder begeleiding van de kinesitherapeut.
Het infuus wordt vandaag al verwijderd. Het buisje in de arm (het zogenaamde ‘slotje’) blijft nog tot morgen ter plaatse.
In de loop van de dag komt men jou halen om een radiografie te maken. Dit is standaard voor alle patiënten.
Er worden geen buisjes gebruikt in de heup. Er moeten dus ook geen buisjes verwijderd worden. Ook het verband mag netjes dicht blijven. De wonde dient in totaal ongeveer 14 dagen afgedekt te blijven.
Een blaassonde wordt normaal niet gebruikt. Enkel bij plasmoeilijkheden wordt soms besloten om een blaassonde te plaatsen, liefst zo kort mogelijk.
De tweede dag na de operatie
Je zal al veel zelfstandiger zijn. Tijdens het wassen en kleden kan je vragen om begeleiding, maar vaak lukt dit al aardig alleen. De ergotherapeut komt opnieuw langs en zal verder advies geven omtrent veilig opstaan en bewegen.
Terug naar huis
In de late namiddag ga je naar huis of naar de Sp-revalidatie, dit is een afdeling voor verdere revalidatie. Indien je graag verder wil revalideren op de revalidatieafdeling is het best om dit reeds op de pre-operatieve raadpleging aan te geven, zodat er een plaats voor jou gereserveerd kan worden.
We verkiezen dat de huisarts ongeveer 2 weken na de operatie een controle verricht van het litteken. Er dienen geen hechtingen verwijderd te worden. Het verwijderen van het verband volstaat.
Je krijgt een voorschrift kinesitherapie (30 behandelingen) dat je aan jouw kinesitherapeut moet overhandigen bij het eerste bezoek. Dit kan zo gewenst verlengd worden met nogmaals 30 behandelingen. Aanvankelijk zal de kinesitherapeut je thuis bezoeken, maar na enige tijd ga je best naar de praktijk om de behandeling verder te zetten.
Je krijgt ook een ‘elektronisch voorschrift apotheek’ voor pijnstillers die je kan innemen als je wat pijn voelt, alsook een voorschrift voor de in te nemen bloedverdunner.
De orthopedisch chirurg wenst je terug te zien na ongeveer 6 weken. Je krijgt al een afspraak mee. Voor de raadpleging na 6 weken dient een radiografie te gebeuren. In het ziekenhuis te Vilvoorde kan dit ter plaatse, net voor de raadpleging. Let op: in het MC Elewijt en het MCH Wezembeek-Oppem worden deze enkel op afspraak genomen en dien je dit duidelijk te vermelden bij het nemen van jouw afspraak.
Nazorg
Snelle revalidatie, wat betekent dat?
Dankzij moderne operatietechnieken herstellen patiënten beter en sneller dan vroeger. Om dit herstel te bevorderen, wordt er al snel na de operatie gestart met oefentherapie en ergotherapie. Al enkele uren na de operatie zal de kinesitherapeut voor het eerst bij jou op bezoek komen en zal er gestart worden met de revalidatie. Uiteraard beginnen we langzaam en gecontroleerd.
Volgende bewegingen moet je de eerste periode na de operatie vermijden:
- Buiging van de heup (flexie) van meer dan 90°
- Draaibeweging (rotatie) = voet zeer ver naar binnen of buiten draaien
- Draaibeweging en buiging van de heup
- De benen kruisen
Hoe het wel moet:
Uit bed komen
Plaats de voet van de niet-geopereerde zijde onder de enkel van het geopereerde been. Draai nu in één beweging jouw benen en bekken samen, tot jouw benen uit bed zijn.Schuif voorzichtig naar voren tot jouw tenen de grond raken en trek jouw schoenen aan.Steek jouw geopereerde been recht voor je uit. Het niet-geopereerde been is geplooid in de heup en knie.Steun vooral op het niet-geopereerde been en duw je af met de beide handen.
In bed gaan liggen: omgekeerde volgorde als uit bed komen.
Rechtstaan
- Steek jouw geopereerde been recht voor je uit. Het niet-geopereerde been is geplooid in de heup en knie.
- Schuif naar de rand van de stoel voordat je rechtstaat.
- Steun met beide handen op de armleuning om recht te staan.
In een zetel of stoel zitten
Het lijkt simpel om te gaan neerzitten in een zetel of op een stoel. Toch is dit de eerste dagen na de operatie niet zo vanzelfsprekend. Hierbij alvast enkele tips:
- Gebruik bij voorkeur een stoel met armsteunen.
- Maak een draai net voor de stoel, zodat je met de rug naar de stoel staat.
- Stap achteruit tot de kniekuilen de stoel raken.
- Grijp de armsteunen vast met beide handen.
- Plaats het geopereerde been wat naar voor en ga zitten.
- Zorg ervoor dat de stoel voldoende hoog is of leg er een extra kussen op.
Hulpmiddelen
Tijdens de oefensessies met de ergotherapeut zal je leren hoe je dagelijkse handelingen kan uitvoeren zonder jouw heup te belasten. Indien nodig kunnen hulpmiddelen gebruikt worden, zoals een grijptang, sliplift, kousenaantrekker of toiletverhoger. In het ziekenhuis krijg je deze hulpmiddelen ter beschikking, maar het kan handig zijn om deze ook thuis bij de hand te hebben. Je kan deze aankopen via je ziekenfonds. We raden aan om dit tijdig te doen, zodat je de hulpmiddelen hebt bij ontslag uit het ziekenhuis.
| Toiletverhoger | Sliplift | Kousenaantrekker | Grijptang |
|
|
|
|
|
Doe elke beweging doordacht, maar heb wel vertrouwen! De nieuwe heup zit stevig verankerd in jouw lichaam.
Stappen met een looprekje of rollator
Zorg ervoor dat de rollator op de correcte hoogte staat. Dit wil zeggen dat je steeds stapt met een rechte rug. De armen zijn licht gebogen. Plaats eerst de rollator een beetje naar voor. Plaats daarna het geopereerde been ongeveer halverwege de rollator en steun goed op de armen. Vervolgens plaats je het niet-geopereerde been een stapje voorbij de andere voet. Om een meer normaal gangpatroon te verkrijgen plaats je eerst het geopereerde been naar voor. Plaats daarna het niet-geopereerde been voorbij de andere voet. Dit doe je in een vloeiende beweging terwijl je de rollator vloeiend mee verplaatst in plaats van in kleine stapjes.
Stappen met krukken
De gangrevalidatie met krukken wordt aangeleerd op de kamer, in de gang en in de trappenhal, steeds onder begeleiding van de kinesitherapeut.
Met 2 krukken:
- Eerst krukken plaatsen.
- Geopereerde been naar voor plaatsen.
- Niet-geopereerde been voorbij geopereerde been zetten.
Met 1 kruk:
- Kruk houden aan de kant van het niet-geopereerde been.
- Kruk naar voor plaatsen.
- Geopereerde been naar voor plaatsen.
- Niet-geopereerde been voorbij geopereerde been zetten.
Tips van de ergotherapeut
Een voorwerp oprapen van de grond
Methode 1: Het voorwerp ligt voor jou op de grond. Zorg ervoor dat je met de hand kan steunen op een stabiel voorwerp zoals een tafel, stoel of kast. Steun volledig op het niet-geopereerde been. Buig naar voor en beweeg het geopereerde been naar achter. Het niet-geopereerde been buigt lichtjes en met de vrije hand raap je het voorwerp op.Methode 2: Plaats de knie van het geopereerde been op de grond. Het andere been steunt op de voet. Buig naar voor en raap het voorwerp op. Om recht te komen steun je zo veel mogelijk op het niet-geopereerde been. De handen kunnen hier ook op steunen.Methode 3: Er kan ook gebruik gemaakt worden van een lange grijptang om een voorwerp van de grond op te rapen.
Douchen of baden
In de beginfase is het aan te raden een douche te nemen in plaats van een bad. Zorg voor een antislipmat in en buiten de douche. Eventueel kan je gebruikmaken van een douchestoel om lang rechtstaan te voorkomen. Een plastic tuinstoel kan hier goed voor dienen.
Toilet
Je kan eventueel een handgreep laten plaatsen naast het toilet voor extra steun bij het neerzitten en rechtstaan. Daarnaast kan eventueel een toiletverhoger gebruiken. Er bestaan toiletverhogers met geïntegreerde armsteunen.
Aan- en uitkleden
Probeer steeds zoveel mogelijk zittend te doen. Dan kan je al niet vallen wanneer je op één been staat. Om broeken of rokken aan en uit te doen kan je gebruik maken van een grijptang of een sliplift. Zo kan je mooi rechtop blijven zitten wanneer je de broek of rok naar de voet brengt om aan te trekken. Steek steeds eerst het geopereerde been in de pijp en daarna het niet-geopereerde been. Bij het uitkleden gaat het net omgekeerd.
Een hulpmiddel bij het aantrekken van kousen is een kousenaantrekker.
Draag steeds gesloten schoenen. Ook pantoffels of sandalen hebben best een riempje, zodat de hiel niet naast de schoen kan glijden.
Bij het aantrekken van schoenen doe je eerst de schoen aan de niet-geopereerde zijde aan. Om de andere schoen aan te trekken is het makkelijker om recht te staan. Maak hierbij gebruik van een lange schoenlepel. Let op dat je de hiel niet naar buiten draait. Gebruik de schoenlepel langs de binnenkant van de voet.
Het gemakkelijkste is om schoenen te dragen zonder veters. Als dit niet mogelijk is kan je de veters vervangen door elastische veters. Je knoopt ze eenmaal in de schoen en hoeft ze nadien niet meer te knopen of los te maken.
Als je het gewoon bent om hoge hakken te dragen is het geen probleem om dit verder te doen. Let wel op met smalle naaldhakken: je loopt niet stabiel en er is meer kans om de voeten om te slaan.
Hoe doe ik het huishouden?
Eerst en vooral is het belangrijk om je zo weinig mogelijk moe te maken. Overbelasting brengt enkel narigheid met zich mee.
Langdurig zitten of rechtstaan is niet aangewezen. Probeer zo veel mogelijk variatie te brengen in jouw werk.
Zorg er ook voor dat je werkt in een veilige omgeving. Hiermee bedoelen we dat er zo weinig mogelijk materiaal mag rondslingeren waarover je zou kunnen vallen, zoals losliggende tapijten, elektriciteitsdraden, etc.
Probeer veelgebruikte stopcontacten hoger te plaatsen door middel van een verdeelstekker met snoer. Op die manier moet je niet altijddoor jouw knieën buigen.
Vermijd het stappen op kleine trapladders, maar gebruik een stevig en stabiel krukje met brede treden waarop je makkelijk het evenwicht kanbewaren.
Koken: Breng ook hier afwisseling aan tussen rechtstaan en zitten. Voor het zitten kan je eventueel gebruik maken van een hoge stoel. Voorbereiden van groenten kan je al zittend aan tafel doen. Materialen die je weinig gebruikt plaats je best onderaan. Veel gebruikte materialen berg je op in goed bereikbarekasten.Strijken: Ga bij het strijken op een hoge, stabiele kruk of stastoel zitten om langdurig staan te vermijden. Het voordeel is dat je hierop makkelijk kan zitten zonder dat je te heup te veel gaat buigen.Stofzuigen: Neem de stofzuigerslang rond jouw middel vast (dit is ook rugsparend). Plaats jouw niet-geopereerde been naar voor. Hier op steun je het meest wanneer je heen en weer beweegt met de stofzuiger. Stofzuig dicht bij jouw lichaam en verplaats je steeds mee. Zorg ervoor dat de stofzuiger een lange steel en slang heeft, zodat een te grote buiging in de heup of rug vermeden wordt.Dragen van zware voorwerpen: Je vermijdt best het dragen van zware voorwerpen. Is dit toch niet mogelijk, draag het gewicht dan zo dicht mogelijktegen het lichaam, en dit aan de niet-geopereerde zijde. Zet het zware voorwerp niet op de grond, maar op handhoogte. Hierdoor vermijd je het buigen in de heup. Gebruik eventueel hulpmiddelen zoals een trolley, rugzak of kruiwagen.Dweilen en ramen zemen: Zet bij het dweilen en het zemen van de ramen een emmer op een stoel. Doe de emmer maar halfvol, dit is al minder gewicht. Maak gebruik van een stabiel krukje. Als je grote ramen tot op de grond poetst, ga dan door de knieën of plaats jouw geopereerde been naar achter om een te grote buiging in de heup te voorkomen.
In en uit de auto stappen
Uiteraard mag je met de auto op stap. Normaal kan je enkele weken na de operatie zelf de auto besturen. Toch zijn er enkele aandachtspunten. Vermijd langdurige ritten. Als je toch een verre afstand moet afleggen, neem dan voldoende rustpauzes. Let erop dat je of de bestuurder de auto niet vlak naast een borduur (aan jouw zijde) parkeert. Dit maakt het uitstappen moeilijker, omdat de zithoogte kleiner wordt (zoals wanneer je van een te lage stoel probeert recht te staan).
Je gebruikt eigenlijk dezelfde techniek als bij het in en uit bed stappen. Tref eerst enkele voorbereidingen:
Schuif de zetel zo ver mogelijk achteruit zodat je meer plaats krijgt voor jouw benen.Plaats een plastic zak op de zetel. Dit maakt de draaibeweging gemakkelijker.
Om in te stappen ga je zijdelings op de zetel zitten met de benen buiten de auto. Neem met beide handen steun (links en rechts, bijvoorbeeld aanhet dashboard, rugleuning of deurstijlen) en draai benen en romp in één beweging in de auto. Ondersteun hierbij het geopereerde been met jouw niet geopereerde been of met jouw handen.
Je kan de zetel dan terug naar de gewenste plaats trekken. Zet de rugleuning ook iets vlakker zodat je de hoek in de heup niet te klein maakt.
Om uit te stappen doe je het omgekeerde. Je schuift eerst de zetel naar achter, neemt steun met de handen, draait de romp en benen samen naar buiten (ondersteun ook nu jouw geopereerde been) en staat recht.
Leefregels voor thuis
Valpreventie
Tapijtjes: kleine tapijtjes, bijvoorbeeld in de badkamer of slaapkamer, vormen een risico bij gebruik van krukken. Best is om de tapijtjes tijdelijk te verwijderen. Later kan je deze terugplaatsen met antislip.Huisdieren: wees bij thuiskomst steeds voorzichtig met jouw hond of kat. Jouw viervoetige vriend kan je onstuimig verwelkomen, waardoor je kan struikelen of de kruk kan verliezen.Electriciteitssnoeren: de kruk kan achter het snoer van een stofzuiger en dergelijke blijven hangen. Vermijd deze situaties zolang je met krukken stapt.Drempels: pas op voor kleine drempels en opstaande randen. Dit kunnen echte valkuilen zijn!
Steunen op het geopereerde been? Dat mag onmiddellijk.
Autorijden? Na 3 tot 4 weken.
Fietsen? De kinesitherapeut zal je tijdig aansporen om te oefenen op een hometrainer. Daarna mag je buiten fietsen. Dit is gemiddeld na 4 weken.
Seksuele betrekkingen? Gemiddeld na 4 weken zodra de heupbewegingen vlotter gaan en minder pijnlijk zijn. Vermijd vooral de heupen te diep te plooien.
Aandachtspunten
Hoewel we alles in het werk stellen om de kans op medische verwikkelingen zo klein mogelijk te houden, kunnen toch onverwachts neveneffecten optreden. Meestal zijn deze echter zeldzaam en kunnen behandeld worden.
Pijn
De pijn na de operatie valt moeilijk te voorspellen en is individueel verschillend. De verpleegkundige houdt jouw pijn nauwlettend in de gaten. De dag van de operatie krijg je pijnstilling via het infuus. Daarna wordt er overgeschakeld op pilletjes. Voor thuis krijg je een voorschrift voor pijnmedicatie. Het is het beste om de eerste dagen thuis de pijnmedicatie op vaste tijden in te nemen. Vervolgens mag je de pijnmedicatie zelf afbouwen, naargelang de pijn.
Zwelling van het geopereerde been
Zwelling (of oedeem) komt vaak voor na het plaatsen van een heupprothese. We zien het wat vaker voorkomen bij mensen die al voor de operatie de neiging hadden om gezwollen benen te krijgen, bijvoorbeeld in warmere omgeving of bij lang zitten. De zwelling van het bovenbeen is meestal een direct gevolg van de ingreep en treedt vrij snel op na de ingreep. Meestal gaat het hier om onderhuids bloed dat spontaan zal wegtrekken na enkele weken. De zwelling van het onderbeen ontstaat dan weer doordat bloed en vocht wat moeilijker terug naar het hart gepompt kan worden omdat de spieren rond de heup wat gekneusd zijn door de operatie. Hierdoor kunnen de voet en enkel ook gezwollen zijn.
Wat kan je doen om deze zwelling te beperken? De benen omhoog leggen en jouw spieren terug normaal gebruiken, bijvoorbeeld door de kuitspieren na de operatie geregeld aan te spannen. Zo snel mogelijk bewegen, ook in bed is dus de boodschap.
Koorts
De eerste dagen na de operatie kan je wat temperatuursverhoging hebben. Dit is normaal. Indien je thuis hoge koorts hebt en een pijnlijke, rode wonde, dien je contact op te nemen met het ziekenhuis.
Tromboflebitis
Na een heupoperatie bestaat er een zekere kans op vorming van bloedklonters in de bloedvaten van het been. Dit noemen we tromboflebitis.
Om het risico hierop tot een minimum te beperken, nemen we volgende maatregelen:
Snel terug bewegen met de kuitspieren en terug stappen. Al enkele uren na de operatie zal de kinesitherapeut bij jou op de kamer komen om enkele oefeningen aan te leren en om te proberen wat te stappen.Dagelijks twee pilletjes met bloedverdunnende medicatie (acetylsalicylzuur). Deze dien je 28 dagen te gebruiken. Indien je toch tromboflebitis zou ontwikkelen krijg je tijdelijk een verhoogde dosis bloedverdunners en worden er soms steunkousen voorgeschreven.
Infectie
Zoals bij elke heelkundige ingreep kan er een infectie optreden van de wonde, ondanks de genomen voorzorgen. Meestal is dit goed behandelbaar met aangepaste antibiotica.
Gevoels- en krachtverlies
Gezien de zenuwen de insnedeplaats soms doorkruisen kan door de operatie soms een beperkt zenuwletsel optreden. Dit veroorzaakt een tijdelijke of zelden blijvende gevoelloosheid rond de wonde. In zeldzame gevallen is er ook sprake van krachtsverlies in het been.
Ontwrichting
Na de operatie dien je gedurende enkele weken voorzichtig te zijn en geen bruuske bewegingen te maken, of de heup zeer diep te plooien of draaien om te voorkomen dat de heupkop zich verplaatst uit de heupkom (ontwrichting).
Breuk
Soms is het bot van het bekken of dijbeen onvoldoende stevig en ontstaat er een barstje of breuk tijdens de operatie. Gelukkig bestaan hier oplossingen voor, zoals het verankeren van de prothese met speciale botcement. Uiteraard dien je ook zelf voorzichtig te blijven, want indien je zou vallen kan er ook dan een breuk ontstaan.