Welke anesthesiologische procedures bestaan er?
Sedatie
Sedatie is een lichte vorm van anesthesie waarbij het bewustzijn wordt verminderd, zonder dat er volledig bewustzijnsverlies optreedt. De mate van bewustzijnsdaling kan variëren, afhankelijk van de situatie.
Locoregionale verdoving
Locoregionale verdoving of anesthesie laat toe slechts een beperkt deel van het lichaam ongevoelig te maken. Hierbij worden de zenuwbanen uit het te opereren deel van het lichaam geblokkeerd door de inspuiting van lokale anesthetica in de nabijheid van deze zenuwen. De spinale en peridurale anesthesie zijn twee bijzondere vormen van locoregionale anesthesie waarbij de lokale anesthetica ingespoten worden rond de zenuwen , dicht bij het ruggenmerg. Ondanks het feit dat de locoregionale anesthesietechniek met de nodige zorg en kennis wordt toegepast, kan het gebeuren dat een bijkomende algemene verdoving of sedatie noodzakelijk is. Voor sommige ingrepen wordt de locoregionale verdoving systematisch aangevuld met een (meestal lichte) algemene verdoving. De anesthesist bewaakt gedurende de hele procedure en ongeacht het type verdoving jouw bloeddruk, hartslag en ademhaling en corrigeert deze zo nodig.
Risico’s (niet limitatief)
Het risico dat je overlijdt tijdens of na een chirurgische ingreep is extreem laag en hangt eerder samen met jouw medische voorgeschiedenis, de onderliggende aandoening waarvoor je geopereerd wordt en het type operatie, dan met de anesthesie.
Nevenwerking algemene (niet limitatief)
Om tijdens de anesthesie een veilige ademhaling te garanderen, kan het nodig zijn een buisje in de luchtpijp te plaatsen. Dit kan achteraf tijdelijk keelpijn of heesheid veroorzaken. Ook schade aan de tanden is een mogelijke complicatie. Daarom is het belangrijk om tandproblemen, prothesen en implantaten vooraf te melden en indien nodig een tandarts te raadplegen.
Langdurig in dezelfde houding liggen kan druk op bepaalde zenuwen veroorzaken. Dit kan tijdelijk tintelingen of gevoelloosheid geven en in zeer uitzonderlijke gevallen een verlamming van een ledemaat.
Het is ook mogelijk dat je na de operatie begint te rillen. Dit kan komen door afkoeling tijdens de ingreep, bepaalde medicatie of stress. In de ontwaakruimte zijn verwarmingsdekens beschikbaar en soms is een medicamenteuze behandeling nodig. Jeuk en hoofdpijn zijn eveneens mogelijke nevenwerkingen, maar meestal eenvoudig te behandelen.Alle genoemde symptomen en ongemakken zijn doorgaans tijdelijk. Indien ze aanhouden, raadpleeg je best je behandelend anesthesist.
Het overlopen (‘aspireren’) van maaginhoud naar de longen en de bijhorende complicaties zijn zeer zeldzaam wanneer de richtlijnen rond nuchter blijven correct worden gevolgd.
Onvoorziene complicaties met ernstige gevolgen, zoals ernstige allergische reacties, zuurstoftekort of hartstilstand, zijn extreem zeldzaam.
Nevenwerkingen locoregionale verdoving (niet limitatief)
Er bestaan specifieke risico’s die verbonden zijn aan ‘neuraxiale’ anesthesie (spinale en epidurale verdoving). Soms is het nodig om meerdere keren te prikken. Gevoeligheid op de plaats van de punctie is mogelijk. Een tijdelijke daling van bloeddruk en hartslag kan optreden. Moeilijkheden om te plassen kunnen een tijdelijke blaassonde noodzakelijk maken. Zeldzaam kan er achteraf hoofdpijn ontstaan die een specifieke behandeling vereist. In zeer uitzonderlijke gevallen kan er een tijdelijke vermindering van gehoor en/of zicht optreden. Ook een epidurale bloeding of infectie is uiterst zeldzaam.
Andere vormen van locoregionale verdoving hebben eveneens specifieke risico’s. Na een locoregionale verdoving van het oog kunnen complicaties optreden zoals dubbelzien (diplopie), een bloeduitstorting of, nog zeldzamer, toxiciteit van het lokale anestheticum of een letsel aan het oog zelf. Dit kan aanleiding geven tot min of meer blijvende restletsels. Bij bepaalde technieken ter hoogte van het bovenste lidmaat of de borstkas kunnen ademhalingsproblemen ontstaan.
Alle technieken van locoregionale anesthesie kunnen zeer ernstige, maar uiterst zeldzame complicaties veroorzaken, zoals blijvende gevoelloosheid, verlamming, hartproblemen, convulsies of schade aan nabijgelegen organen.
De complicaties van algemene en locoregionale verdoving zijn verschillend, maar geen van beide technieken is duidelijk risicovoller. Elke techniek heeft zijn eigen voor- en nadelen. De anesthesist zal samen met jou afwegen welke methode het meest geschikt is.
Algemene informatie en belangrijke richtlijnen
Wanneer je opgenomen wordt:
Voor elke operatie of procedure onder verdoving geldt:
Vanaf middernacht mag je niet meer eten. Tot twee uur voor het opnameuur mag je nog heldere, gesuikerde dranken drinken (bijvoorbeeld: cola, koffie, thee…) met toevoeging van suiker, maar zonder melk. Beperk dit tot maximaal twee glazen per uur. Voor baby’s geldt: flessenvoeding mag tot zes uur voor opname, borstvoeding tot vier uur voor opname en gesuikerd water tot twee uur voor opname.
RokenStop bij voorkeur 3 maanden voor de operatie. Indien dit niet mogelijk is, wordt rookstop ten laatste 6 uur voor opname aangeraden.Persoonlijke spullen
Tandprothesen, bril, contactlenzen, haarspelden en piercings laat je achter op de kamer wanneer je naar de operatiezaal gaat. Indien je zonder hoorapparaat niets hoort of begrijpt, mag je dit inhouden tot in de operatiezaal. Waardevolle voorwerpen zoals juwelen en uurwerken laat je best thuis. De dag van je operatie draag je geen make-up of nagellak.MedicatieJouw huisarts of de preoperatieve raadpleging anesthesie informeert je over welke medicatie je moet stoppen en welke je mag blijven nemen tot de dag van de operatie. Informeer tijdig want sommige medicamenten moeten tot 10 dagen vóór de ingreep gestopt worden.
Bij daghospitalisatie:
Je mag gedurende de eerste 24 uur niet alleen thuis zijn.Je mag zelf geen voertuig besturen.Je mag enkel terug naar huis keren onder begeleiding van een volwassene.
Algemene anesthesie kan de betrouwbaarheid van de anticonceptiepil verminderen. Het is dus verstandig om na een operatie naast de anticonceptiepil een ander anticonceptiemiddel te gebruiken tot je met de volgende pilstrip start.