Is zwangerschapsbreking mogelijk?
Wanneer je aan een mogelijke zwangerschapsafbreking denkt, word je na consultatie bij de gynaecoloog, waar zekerheid omtrent de zwangerschapssituatie werd vastgesteld, doorverwezen voor een gesprek met de voorlichtingsdienst in het AZ Jan Portaels. Dit voorlichtingsgesprek is wettelijk verplicht.
Voorlichtingsgesprek
Het doel van dit gesprek bestaat erin jou afdoend te informeren en te ondersteunen om jou in staat te stellen een weloverwogen beslissing te nemen. Er wordt stilgestaan bij gevoelens en zorgen bij het ongepland en/of ongewenst zwanger zijn.
Het is nooit de intentie je te sturen in één of andere richting. Wij bieden enkel begeleiding tijdens het beslissingsproces waarbij begrip, vertrouwen, tijd en ruimte belangrijk zijn. Je bepaalt tevens zelf of je alleen komt naar het voorlichtingsgesprek of in het bijzijn van je partner of een andere persoon.
Tijdstip
De zwangerschapsafbreking kan ten vroegste zes dagen na de eerste consultatie bij de gynaecoloog plaatsvinden. Dit is een strikte bedenktijd die wettelijk wordt opgelegd.
Het uitvoeren van een abortus kan tot en met de twaalfde week vanaf de bevruchting te tellen. Concreet betekent dit dat het eerste voorlichtingsgesprek vóór het einde van de elfde zwangerschapsweek moet plaatsvinden. Indien je een mogelijke zwangerschapsafbreking overweegt, raden wij dan ook aan zo snel mogelijk een afspraak met de sociaal werker van de voorlichtingsdienst telefonisch vast te leggen.
Nazorggesprek
Ook na de zwangerschapsafbreking bieden wij de mogelijkheid om opnieuw langs te komen bij de voorlichtingsdienst voor een nazorggesprek.
Je kan met al jouwvragen en bedenkingen te allen tijde terecht bij jouw behandelend gynaecoloog. Maar ook de sociaal werker van de voorlichtingsdienst en indien gewenst de psycholoog verbonden aan de voorlichtingsdienst, staan klaar om jou te begeleiden.
Volgende organisaties bieden bijkomende informatie op vlak van een eventuele zwangerschapsafbreking.
VUB-Dilemma, Waversesteenweg 1055, 1160 OudergemT 02 629 23 40,www.vub.be
Fara vzw Luister- en informatiepunt rond zwangerschapskeuzes Geldenaaksebaan 277, 3001 HeverleeT 016 38 69 50,www.faranet.be
Sensoa Vlaamse expertisecentrum seksuele gezondheid en HIVTele-Onthaal Telefonische en online hulpverkening bij levensmoeilijkheden (24u/24u, 7/7)T 106,www.tele-onthaal.be, chatten kan ook
Waar bevindt zich de materniteit?
Onze materniteit beschikt over zowel een- als tweepersoonskamers. Alle kamers zijn voorzien van het nodige comfort: televisie, gratis internetverbinding, koelkast, babybad met verzorgingstafel en relaxzetel. De eenpersoonskamers en de meeste tweepersoonskamers zijn voorzien van een badkamer met eigen douche.
Voor een eenpersoonskamer betaal je een supplement. Tijdens een verblijf op een eenpersoonskamer is het mogelijk dat je partner blijft slapen (‘rooming-in’). Er wordt dan een comfortabel plooibedje voorzien. We kunnen ook tegen een meerprijs zorgen voor een ontbijt of alle maaltijden gedurende de dag. Voor een indicatie van de kostprijs van je verblijf kan je via onze kostprijsberekeningstool zelf een simulatie maken.
In het verlengde van de materniteit vind je het verloskwartier. Hier bevinden zich drie ruime arbeids- en bevallingskamers. Iedere kamer beschikt over een relaxatie-bad dat je kan helpen om de weeën op te vangen. Onze verstelbare verlosbedden geven je de mogelijkheid verschillende houdingen aan te nemen tijdens de arbeid en de bevalling. Je kan er ook voor kiezen om gebruik te maken van de zitbal of de jogamat. De vroedvrouw zal je hierbij bijstaan en ook je partner speelt natuurlijk een belangrijke ondersteunende rol. Je mag ook steeds je eigen muziek of sfeerverlichting meenemen om je wat meer thuis te voelen.
Wanneer en hoe word ik opgevolgd tijdens mijn zwangerschap?
Door de organisatie van deze prenatale consultaties of -raadplegingen hopen wij tegemoet te komen aan al jouw vragen, wensen en verwachtingen rond je zwangerschap en bevalling.
| 8 weken | Eerste controle, bloedafname, echografie, bepalen van vermoedelijke verlosdatum * Wat breng je mee: zwangerschapsattest |
| 12 weken | Eerste trimesterscreening: echografie, nekplooimeting, combinatietest |
| 14 weken | Vroedkundige consultatie: verloop van de zwangerschap en bespreking van infoavonden |
| 16 weken | Standaardcontrole |
| 20-22 weken | Standaardcontrole, structurele echografie |
| 24-26 weken | Standaardcontrole, zoetzwangertest (opsporen van zwangerschapsdiabetes) * Wat breng je mee: documenten voor kraamgeld en erkenning (bij gemeente) |
| 28-30 weken | Standaardcontrole * Wat breng je mee: medisch voorschrift voor kinesitherapie, eventueel voorschrift voor kinkhoest- en griepvaccinatie |
| 32 weken | Standaardcontrole bloedafname |
| 34 weken | Vroedkundige consultatie: voorbereiding arbeid en bevalling |
| 33-35 weken | Standaardcontrole, vaginaal onderzoek en uitstrijkje voor GBS-screening (streptokokken), groeiechografie, bloedafname |
| 38 weken | Standaardcontrole, eventuele CTG-monitoring van moeder en kind |
| 40 weken | Zwangerschapsduur: standaardcontrole, vaginaal onderzoek |
| Meer dan 40 weken | CTG-controle om de twee à drie dagen |
Wanneer moet ik naar het ziekenhuis?
De vroedvrouw neemt uitgebreid de tijd om met jou te overlopen wanneer je naar het ziekenhuis moet komen en wat je precies moet meebrengen.
Wanneer je overdag binnenkomt mag je gewoon naar de vierde verdieping gaan. Daar kan je je aanmelden bij de vroedvrouw op de materniteit. Zij zal je verder helpen en de weg wijzen naar de verloskamer.
Wanneer je ’s nachts binnenkomt mag je via spoed gaan. Zij zullen de vroedvrouwen op de materniteit verwittigen, waarna jij gewoon naar de vierde verdieping mag gaan.
Bij weeën of contracties
Dit uit zich in regelmatige samentrekkingen van de baarmoeder die in tijdsduur en sterkte toenemen. Bij een eerste zwangerschap vertrekt je naar het ziekenhuis wanneer je gedurende één uur regelmatige weeën voelt met tussenpozen van vijf minuten. Bij een tweede of derde zwangerschap kan de arbeid sneller verlopen en vertrek je best vroeger naar het ziekenhuis.
Maar ook ...
Indien je bloedverlies opmerkt, bij vruchtwaterverlies, ook al heb je nog geen weeën. Wanneer je verminderde kindsbewegingen vaststelt of bij plotse hoofdpijn of pijn in de maagstreek.
Naar het einde van de zwangerschap toe is het mogelijk dat je de slijmprop verliest. Hiermee maakt jouw lichaam kenbaar dat de baby zich klaarmaakt om geboren te worden. Wat niet noodzakelijk betekent dat je onmiddellijk gaat bevallen. Je wacht best een van de voorgaande tekens af, voordat je naar het ziekenhuis vertrekt.
Geplande keizersnede
Bij een geplande keizersnede meld je je op het afgesproken uur aan op Materniteit. Een vroedvrouw van het verloskwartier zal je begeleiden bij de keizersnede. Deze ingreep wordt in het operatiekwartier uitgevoerd.
Indien de keizersnede verloopt onder epidurale verdoving mag jouw partner aanwezig zijn bij de geboorte. Indien de ingreep doorgaat onder algemene narcose kan dit niet.
Bij twijfel, vragen of bedenkingen mag je altijd de afdeling Materniteit telefonisch contacteren.
Wat neem ik mee naar het ziekenhuis voor een bevalling?
Voor de baby
- Babykleding voor het hele verblijf: body’s en kruippakjes
- Wantjes, sokjes, slabbetjes
- Kam en borstel
- Dekentje: katoen in de zomer, fleece of wol in de winter
Voor de mama
- Makkelijk zittende kledij, nachtkledij en pantoffels
- Handdoeken en washandjes, toiletgerief
- Ondergoed en borstvoedingsbeha’s
- Indien u kiest voor kunstvoeding, een sportbeha opname
- Ventilator bij warm weer
- Nachtlampje
- Administratie Identiteitskaart, bloedgroepkaart, moederboekje, dossier van uw gynaecoloog, formulier epidurale verdoving
- Verzekeringsdocumenten
Wat biedt het ziekenhuis aan?
- Maandverband
- Handdoeken en washandjes voor de baby
- Luiers en één pakje vochtige doekjes
Aan een voordelig tarief kan je tevens een verzorgingspakket aankopen voor jou en de baby. Indien je dit niet wenst, vragen we de verzorgingsproducten voor jouw baby en een babythermometer zelf mee te brengen. Het setje bevat: zeep, olie en toiletmelk voor de baby, fysiologisch serum, babythermometer, borstkompressen voor borstvoeding.
Hoe verloopt een natuurlijke bevalling?
Bij opname zal de vroedvrouw van het verloskwartier jou installeren in de verloskamer waar jij je arbeid en bevalling zal doorbrengen. Samen met de vroedvrouw ga je enkele vragen moeten beantwoorden die belangrijk zijn voor je verdere opvolging.
Bloedresultaten of andere labo resultaten kan zij vinden via het computersysteem. Dit zorgt voor een vlotte overgang van de gegevens van de gynaecoloog naar de vroedvrouw zodat zij jou optimaal kan opvolgen.
De vroedvrouw zal dan ook meteen eens luisteren naar de harttonen van je baby met de monitor die je wellicht nog kent van de monitor controles. Dit apparaat geeft ons een overzicht van de harttonen van je baby en de mogelijke contracties of harde buiken. Al onze monitors zijn verbonden met een centraal systeem. Hierdoor kunnen de vroedvrouwen en gynaecologen de harttonen van je baby ook volgen in hun bureau, een andere verloskamer of zelfs thuis! Zo kunnen wij je kindje optimaal observeren.
Indien nodig zal de vroedvrouw jou ook even onderzoeken om te kijken of je al wat ontsluiting hebt.
Daarna neemt zij contact op met de gynaecoloog en legt ze uit hoe alles verder zal verlopen. Tijdens de arbeid zal zij regelmatig de harttonen van je baby beluisteren en kijken hoe ze het jou zo comfortabel mogelijk kan maken. De vroedvrouw kan je helpen om de pijn wat te verlichten. Misschien is een massage, de zitbal, jogamat, epidurale verdoving,… wel iets voor jou?
Na de bevalling blijf je nog een tijdje in de verloskamer. Bezoekers zijn hier niet toegelaten, zo kunnen jullie nog even bekomen en genieten van elkaar. Als alles goed gaat, wordt de baby meteen na de geboorte op jouw buik gelegd. Dit huid-op-huidcontact helpt jouw baby om zich aan te passen en heeft tal van voordelen. Het bevordert de binding tussen jou en je kindje. Je baby ligt zo ook meteen in een ideale positie voor de opstart van de borstvoeding. Ook de temperatuur, hartslag en ademhaling zullen op deze manier beter geregeld zijn en de baby zal minder huilen. Bij een keizersnede zal je partner deze rol op zich nemen tot jij weer beschikbaar bent.
Na het knuffeluurtje zal de vroedvrouw de baby nakijken, wegen en meten. Daarna verhuizen jullie naar de materniteit waar jullie verder opgevolgd worden.
Hoe verloopt een keizersnede?
Soms kan de baby niet geboren worden via de natuurlijke, vaginale weg. In dat geval beslist de gynaecoloog om een keizersnede uit te voeren. Een keizersnede of sectio is een operatie waarbij de baby niet via de natuurlijke weg, maar via een kleine snede in de onderbuik ter wereld komt. De operatie duurt ongeveer 45 minuten. De baby wordt meestal binnen het kwartier geboren. Daarna maakt de gynaecoloog de baarmoeder en de buikwand met hechtingen weer dicht.
Een geplande of primaire keizersnedeDe gynaecoloog ziet soms al tijdens de zwangerschap dat de baby niet via de natuurlijke weg geboren kan worden. Mogelijke aanwijzingen zijn een baby die niet in de goede positie ligt, de moederkoek die de uitgang blokkeert of een te klein bekken. Bij deze primaire keizersnede word je op een geplande datum opgenomen. Je bent dus niet in arbeid op het moment van de keizersnede.Een niet-geplande of secundaire keizersnedeSoms beslist de gynaecoloog pas tijdens de arbeid of de bevalling om een keizersnede uit te voeren. De meest voorkomende reden hiervoor is dat de arbeid niet vordert of men vermoedt dat de baby in nood is.
Bij een geplande of primaire keizersnede zal je tussen de 34ste en 37ste zwangerschapsweek op consultatie bij de vroedvrouw komen. De vroedvrouw geeft je praktische informatie over de ingreep en maakt jouw dossier op. De gynaecoloog geeft je een pre-operatieve map mee, hierin bevinden zich verschillende documenten die je moet ondertekenen. Deze map geeft je opnieuw af aan de vroedvrouw op consultatie. Indien jouw gezondheidstoestand dit vereist kan de gynaecoloog nog een aantal bijkomende onderzoeken laten uitvoeren ter voorbereiding op de keizersnede.
Op de dag van de keizersnede word je op de materniteit verwacht. De gynaecoloog zal je de dag van opname meedelen. In de week voor de geplande keizersnede word je gecontacteerd door het ziekenhuis om het uur van opname door te geven. Bij opname ben je nuchter. Dit wil zeggen dat je minstens 6 uur voor de operatie niets mag eten of drinken, noch roken.
De vroedvrouw observeert via de CTG (Cardiotocograaf) of ‘de monitor’ het welzijn van de baby. Indien het nodig is word je gedeeltelijk geschoren ter hoogte van de schaamstreek. Voor je naar de operatiezaal gebracht wordt, dien je een operatiehemd aan te trekken. Haarspelden, piercings, juwelen, nagellak en make-up moeten worden verwijderd. Er wordt een infuus voor vocht- en medicatietoediening geplaatst. Je neemt medicatie in die jouw maag voorbereidt op de operatie. Voor de operatie is het van belang dat de blaas leeg is. Hiervoor plaatsen we een blaassonde.
Er zijn twee anesthesiemethoden: een epidurale of een algemene verdoving. De aard van anesthesie is afhankelijk van verschillende factoren, zoals de reden voor de keizersnede, de mate van hoogdringendheid van de ingreep en jouw eigen gezondheidstoestand. Bij voorkeur gebeurt de keizersnede onder epidurale verdoving, dus met een ruggenprik. Dit heeft het voordeel dat je de geboorte van uw baby bewust meemaakt en hem of haar al meteen kunt aanraken en tegen jou kan aanhouden. In uitzonderlijke gevallen is een algemene verdoving noodzakelijk. Bij deze verdoving slaap je tijdens de operatie.
Tijdens de operatie maakt de gynaecoloog een horizontale incisie net boven de schaamstreek. Dit is de zogenaamde “bikinisnede” en het litteken zit na de operatie onder de slip. Vervolgens worden de buikspieren en het buikvlies geopend. De tijd tussen het openen van de buik en de geboorte van het kind is meestal heel kort. Eens het kindje geboren is, knipt de gynaecoloog de navelstreng door en wordt de moederkoek verwijderd. Daarna hecht de gynaecoloog de baarmoeder en de verschillende lagen van de buikwand. Het sluiten van de wonde duurt langer dan de eigenlijke geboorte.
De kinderarts is tijdens de ingreep aanwezig en onderzoekt de baby meteen na de geboorte. Als jouw toestand en die van de baby het toelaten, mag de baby vlak na de geboorte huid op huid (skin to skin) bij jou liggen.
Bij een keizersnede onder epidurale verdoving mag de partner aanwezig zijn. Gewoonlijk komt jouw partner pas binnen in de operatiezaal wanneer alle voorbereidingen voor de operatie getroffen zijn, dus vlak voordat de operatie gaat beginnen. Bij een keizersnede onder algemene verdoving kan jouw partner niet bij jou blijven in de operatiezaal.
Na de operatie ga je nog voor 30 à 60 minuten naar de ontwaakzaal (recovery). De vroedvrouw zal ondertussen jouw baby en partner begeleiden naar de afdeling Materniteit. Hier gebeuren de eerste zorgen van de baby en wordt jouw kindje op de warme buik van jouw partner gelegd (skin to skin).
Bij jouw terugkeer zal de baby onmiddellijk in jouw armen worden gelegd en zal je uitgebreid de kans krijgen om te ‘skinnen’ en te knuffelen met de baby. Indien je voor borstvoeding kiest, zal jouw baby zo snel mogelijk aan de borst worden gelegd.
Je bloeddruk, polsslag, bloedverlies en hoeveelheid urine worden regelmatig gecontroleerd. Vlak na de bevalling mag je niet eten of drinken, maar krijg je wel vocht via het infuus. Vanaf 6 uur na de keizersnede mag je, indien je niet misselijk bent, water drinken. De dag na de keizersnede mag je terug beginnen eten.
De eerste uren na een epidurale verdoving kan je de benen nog niet goed bewegen. Dit gevoel zal geleidelijk volledig verdwijnen. Na 24 uur wordt de blaassonde en het infuus verwijderd. Daags na de keizersnede mag je opstaan en wat rondlopen.
Bij elke operatie en na elke bevalling is de kans op de vorming van bloedklonters groter. Door te bewegen, voorkom je de vorming van bloedklonters in de onderste ledematen. Jouw gynaecoloog kan je hiervoor een bloedverdunnend middel voorschrijven. Eén keer per dag krijg je dan een spuitje in de bovenarm of buik. Na een keizersnede verblijf je 4 dagen op de materniteit.
Mogelijke complicaties
Een operatie houdt altijd bepaalde risico’s in. Gelukkig komen complicaties bij een keizersnede zelden voor. De meest voorkomende verwikkelingen zijn: bloedarmoede, nabloeding, kwetsuur aan de blaas, vertraagd op gang komen van de darmen, infectie en trombose.
Volgende keer weer een keizersnede?
Bij een volgende bevalling moet je niet noodzakelijk opnieuw een keizersnede ondergaan. Die beslissing hangt onder andere af van de reden voor de eerste keizersnede.
Hoe kan ik omgaan met de pijn tijdens de bevalling?
De natuur zorgt ervoor dat het lichaam zich voorbereidt op de arbeid en de bevalling. Enkele weken voor de bevalling kan je reeds voorweeën voelen. Voorweeën zijn weeën die zorgen voor een verweking en verkorting van de baarmoederhals en soms voor een opening van de baarmoederhals. Ze kunnen zich gedurende een aantal uren per dag voordoen en verdwijnen dan spontaan.
Het is de baby die beslist wanneer de voorweeën overgaan in echte weeën. Dit doet hij door een bijnierschorshormoon af te scheiden dat via de placenta in de bloedbaan van de moeder terechtkomt en weeën opwekt. Het is zeer belangrijk om op dit signaal te wachten want het betekent dat jouw lichaam en de baby op dat moment maximaal voorbereid zijn op de bevalling. Dit signaal doet zich in normale omstandigheden tussen de 38e en 42e zwangerschapsweek voor.
Om de arbeid vlotter te laten verlopen, biedt het AZ Jan Portaels je een ruime arbeidskamer aan. Deze arbeidskamer is zo ingericht dat je er straks ook kan bevallen. Pas na de geboorte van de baby verlaat je de bevallingskamer en krijg je een kamer toegewezen op de afdeling Materniteit. Om het jou zo aangenaam mogelijk te maken, mag je steeds uw eigen hoofdkussen, deken, schemerlampje of zelfs muziek meebrengen. Zet jouw muziek op een USB-stick of breng een tablet of cd-speler mee. Belangrijk is dat je je op jouw gemak voelt want alleen dan kunnen de weeën maximaal hun werk doen.
Jij en je partner worden door de gynaecoloog en een vroedvrouw begeleid. De vroedvrouw zoekt samen met jou manieren om de barenspijnen zo veel mogelijk onder controle te houden. Je geeft zelf aan wat je voelt en samen zoeken we naar een oplossing die werkt. Ook de partner wordt hierbij betrokken.
Denk steeds positief en wees ervan overtuigd dat je dit aankan. Wordt niet boos op jezelf als het even niet lukt. Er zijn momenten dat pijn je overvalt en dat je denkt het niet meer aan te kunnen. Laat je dan moed inspreken door jouw partner of door de vroedvrouw. Pak de draad daarna weer op. Denk eraan dat je bij elke wee weer dichter bij het einde van de bevalling bent gekomen.
Hoe de arbeid en bevalling verlopen, heb je niet volledig in de hand. Heb je geen controle meer over de pijn en kan je je niet langer ontspannen tussen de weeën door, dan kan je een epidurale verdoving vragen. Baringspijn is een deel van een natuurlijk proces, de weeën zijn een voorbereiding op de geboorte van de baby. Pijn ervaar je niet enkel lichamelijk maar ook geestelijk. Pijn die je als abnormaal en onnodig ervaart, wordt minder goed verdragen dan pijn waarvan je weet dat deze erbij hoort en dat ze een belangrijke functie heeft. Weeën zijn pijnlijk maar ze komen in golven waardoor er zich rustpauzes tussendoor voordoen. Omdat je pijn hebt, produceert het lichaam endorfine. Vrij vertaald is dit een morfine-achtige stof die pijn op zich milder maakt en ervoor zorgt dat je meer aankan dan je ooit had vermoed. Endorfine bereikt via de placenta ook jouw baby wat maakt dat ook hij de arbeid op een comfortabelere manier kan doormaken. Een bevalling maak je dus zeker niet alleen door.
Warm waterIn onze arbeidskamers kan je eveneens in een bad plaatsnemen. Het biedt de mogelijkheid om tijdens de arbeid rustig aan te relaxen. Warm water voelt zeer aangenaam waardoor je sneller kan ontspannen tussen de weeën door. Dit is zeer bevorderlijk voor de ontsluiting van de baarmoederhals. Je kan hiervoor zelfs jouw eigen relaxatie-olie toevoegen aan het badwater. Breng het gerust mee naar het ziekenhuis.ZitbalJe kan ook op een zitbal plaatsnemen in de arbeidskamer. Een zitbal is een zachte, grote bal waarop je zachtjes op en neer kunt wiegen of schommelende, draaiende bewegingen kan maken. De vorm en textuur van zo een zitbal, alsook de bewegingen die men maakt, kunnen de barenspijnen verlichten en zo ervoor zorgen dat je een optimale houding aanneemt voor een goede indaling van jouw baby in het bekken.AdemhalingConcentreer je op jouw ademhaling. Wanneer je het ritme van de ademhaling volgt, bent je minder sterk gericht op de pijnen die je ervaart op dat moment. Dit helpt te ontspannen om zo de weeën beter op te vangen. Blijf dus rustig doorademen en je concentreren op de ademhaling. Adem rustig in en adem dan langzaam uit en dit gedurende vier tellen.MassageMassage kan helpen de spieren te ontspannen waardoor je je meestal ook rustiger voelt. Het leidt de aandacht af van de pijn en voorkomt verkramping wat anders resulteert in nog meer pijn. Sommige vrouwen vinden een drukmassage tegen de onderrug aangenaam. Anderen daarentegen verkiezen dat hun bovenbenen gemasseerd worden. Probeer uit wat je wel en niet fijn vindt op dat moment. Misschien heb je liever dat je niet aangeraakt wordt en wenst je liever met rust gelaten te worden. Dat is een zeer persoonlijk gegeven.LichaamshoudingVan houding veranderen tijdens de periode dat jeweeën voelt, kent vele voordelen. Probeer zelf uit in welke houding je je het best kunt ontspannen en wat voor jou het meest aangenaam voelt. Jekan bijvoorbeeld ook rechtstaand een wee opvangen of zittend terwijl je voorover leunt. Bij rugweeën kan het comfortabeler zijn om op handen en knieën plaats te nemen. Dit kan je doen in het bed of op een dikke mat, al dan niet gesteund door extra kussens. Ga zeker niet te snel in bed liggen. Verkies je om toch te gaan liggen, probeer dan eens of het enigszins goed aanvoelt om op de zijde te liggen. Rondlopen tijdens de weeën kan mogelijks ook enige verlichting brengen.
Kies ik voor epidurale verdoving, of niet?
De pijn van een bevalling is erg verschillend van persoon tot persoon, van zwangerschap tot zwangerschap. De grootte en de positie van de baby, de vorm van het bekken, het feit of de weeën al dan niet worden opgewekt of versterkt met medicijnen, de duur van de weeën, … maken elke bevalling apart.
In de prenatale kinesitherapie- en informatiesessies worden technieken besproken en aangeleerd die de pijn van de weeën verlichten door ontspannings- en ademhalingsoefeningen, massage, warme baden, ...
Voor een aantal moeders is de pijn toch nog onvoldoende onder controle. Dan kan een epidurale verdoving worden uitgevoerd, wat vroeger ook wel eens pijnloze bevalling werd genoemd. Deze techniek biedt de sterkste vorm van verdoving, maar is tegelijkertijd ook de meest technische. De tussenkomst van een anesthesist, een infuus en een prik in de rug zijn immers noodzakelijk.
Zenuwbanen geleiden de pijnprikkels van de weeën en de bevalling naar de hersenen via het ruggenmerg. Het doel is om die zenuwbanen te verdoven net voor ze het ruggenmerg binnengaan, in de epidurale ruimte, welke zich net buiten de vliezen die het ruggenmerg omgeven, bevindt. Zo is het doorgaans mogelijk om de pijn te beheersen. De epidurale of ruggenprikverdoving wordt in de verloskamer van de afdeling Materniteit uitgevoerd door de anesthesist.
Vooraf plaatst de vroedvrouw een infuus in de arm om extra vocht toe te dienen om te voorkomen dat de bloeddruk te sterk daalt na het toedienen van de pijnmedicatie in de rug. De anesthesist prikt terwijl je op jouw zij ligt of voorovergebogen zit. Je maak de rug bol en houdt het lichaam stil zodat de ruimte tussen de ruggenwervels zo goed mogelijk bereikbaar is. De anesthesist ontsmet en verdooft de huid ter hoogte van de insteekplaats onderaan de rug. Nadien wordt met een naald in het midden van de rug de epidurale ruimte aangeprikt. Eventueel spuit de anesthesist dan al verdoving in. Vervolgens plaatst hij een hele dunne leiding, de katheter, waarlangs verder de verdovende medicatie wordt ingespoten. De aanwezigheid van deze katheter voel je niet.
De verdovende medicatie bestaat uit een combinatie van een lokaal verdovende stof en een krachtige pijnstiller. De tijd die de medicatie nodig heeft om de zenuwbanen te verdoven kan tot twintig minuten duren. De anesthesist verbindt een pompje aan de katheter, zodat de werking van de verdoving zo lang kan duren als nodig. Tijdens het verdere verloop van de bevalling controleert de vroedvrouw regelmatig de bloeddruk en polsslag. Ook de conditie van de baby wordt bewaakt via monitoring.
De bedoeling van de epidurale is om de pijn zo veel mogelijk weg te nemen en je toch toe te laten om te voelen wanneer je weeën hebt. Het is van belang om de spieren niet te veel te verdoven zodat de spierkracht bij de bevalling maximaal blijft. De verdunning en de hoeveelheid van de toegediende medicijnen streeft naar een evenwicht tussen de verdovende werking en het bewaren van de spierkracht. Jouw onderste lichaamshelft kan licht gevoelloos worden en mogelijk heb je minder kracht in de benen. Na het plaatsen van de epidurale mag je daarom niet meer alleen rechtstaan of stappen tot de medicijnen uitgewerkt zijn. Na de bevalling wordt de katheter verwijderd door de vroedvrouw, dit verloopt pijnloos.
Er zijn medische indicaties waarvoor de gynaecoloog een ruggenprik kan aanraden, bijvoorbeeld wanneer de arbeid te lang gaat duren, te vermoeiend wordt en niet vooruit gaat. Bij een te ver gevorderde ontsluiting daarentegen heeft het toedienen van een epidurale verdoving meestal geen zin meer en kan het zijn dat de gynaecoloog en anesthesist in samenspraak beslissen om geen epidurale verdoving meer toe te dienen.
Er zijn ook een aantal medische tegenindicaties. Stollingsstoornissen, een lokale infectie van de huid ter hoogte van de insteekplaats of een allergie op lokaal verdovende middelen, sluiten het toedienen van een epidurale verdoving uit. Afwijkingen van de rug, zoals scoliose of discus hernia, kunnen het plaatsen bemoeilijken, maar sluiten die niet noodzakelijk uit. Na bepaalde rugoperaties kan het ook onmogelijk zijn een epidurale verdoving toe te passen. Heb je een afwijking van de rug of een rugoperatie ondergaan, bespreek dit dan op voorhand met uw gynaecoloog zodat eventueel voordien bijkomend medisch advies aan de anesthesist kan gevraagd worden.
Mogelijke bijwerkingen en complicaties
Het toedienen van een epidurale verdoving gebeurt door een anesthesist. Het is een delicate procedure, waarbij een naald wordt ingebracht vlak bij de centrale zenuwen. Alleen in ervaren handen kunnen complicaties tot een minimum worden herleid.
Zoals alle medicatie kan ook een epidurale verdoving bijwerkingen of complicaties veroorzaken. Het wel of niet optreden hiervan zegt niets over de werking van het medicijn. De meest voorkomende bijwerkingen zijn gewoonlijk mild van aard en verdwijnen spontaan na een enige tijd.
Soms krijgen moeders jeuk, een vaker voorkomende bijwerking van de gebruikte medicijnen. De jeuk verdwijnt snel na het stoppen van de toediening.
Vertragen van de arbeid: occasioneel verminderen de weeën in kracht en frequentie. Hierdoor vergroot de kans dat de verloskundige hulpmiddelen gebruikt bij de bevalling. Bij andere moeders geeft de epidurale verdoving een goede ontspanning en verloopt alles net vlotter en sneller.
Lage bloeddruk: door de verdovende medicatie kan de bloeddruk dalen. Jouw bloeddruk wordt de hele tijd opgevolgd, een eventuele daling wordt dan ook snel opgevangen.
Hoge uitbreiding: het verdoofde gebied kan zich verder uitbreiden dan bedoeld. Je merkt dat doordat de handen gaan tintelen, misschien kun je ook wat moeilijker ademen. De anesthesist zal je dan zuurstof toedienen.
Rugpijn: het kan gebeuren dat je rugpijn krijgt op de plek waar de prik is gegeven. Meestal verdwijnt deze na enkele dagen.
De epidurale pijnstilling heeft bij ongeveer 5% van de vrouwen onvoldoende effect. Dat kan gebeuren doordat het buisje verplaatst is of omdat de verdoving niet sterk genoeg is. Soms is het nodig om opnieuw te prikken.
Hoofdpijn die verergert bij rechtkomen. Afhankelijk van de ernst en de duur van de hoofdpijn kan een bijkomende inspuiting nodig zijn.
Er bestaan ook enkele zeldzame neveneffecten of complicaties, zoals infecties, ontstekingen, allergische reacties, bloedingen ter hoogte van de rug en ruggenmerg, urine-incontinentie, toxische werking van de medicatie op de zenuwen.
Dit is een niet-limitatieve lijst. De kans dat een van deze complicaties optreedt is zeer klein.
Kies ik voor borstvoeding, of niet?
Borstvoeding is de meest natuurlijke voeding voor jouw kindje. Door borstvoeding te geven geef je je baby de best mogelijke start in het leven. De allereerste moedermelk, namelijk de colostrum, bevat essentiële bestanddelen voor je baby. Ze is volledig afgestemd op de behoeften, de groei, het afweersysteem en de omgeving van je baby.
Het is belangrijk om je hier op voorhand goed over te informeren en je voor te bereiden. Dit kan tijdens een uitgebreid gesprek op consultatie bij de vroedvrouw. Het allerbelangrijkste is dat je zelf achter je keuze staat. Een blije mama zorgt immers voor een blije baby.
Op de verloskamer zal de vroedvrouw aan jou vragen of je kiest voor borst- of kunstvoeding. Heel wat mama’s zeggen op voorhand dat ze borstvoeding willen proberen, maar zijn bang dat dit niet zal lukken. Het is verkeerd om ervan uit te gaan dat dit zal mislukken, het is immers de natuur.
Het geven van borstvoeding vraagt in het begin vaak wel wat oefening. Het is normaal dat dit de eerste dagen niet altijd super vlot verloopt. Zowel jij en je kindje moeten deze vaardigheid aanleren. Jouw lichaam is hiervoor gemaakt, dus geef het even de tijd! Denk maar eens dat jouw kindje ook niet vanaf dag één zal kunnen praten of kruipen. Het grote sleutelwoord tijdens de eerste dagen van de borstvoedingsperiode is geduld. Het vroedvrouwenteam zal jou met raad en daad bijstaan. Tijdens weekdagen is onze lactatiekundige ook aanwezig op de materniteit. Zij is een borstvoedingsspecialist die jou kan helpen wanneer het even moeilijk gaat.
Er kunnen heel wat redenen zijn om tijdens de borstvoedingsfase moedermelk af te kolven. Om het afkolven te vergemakkelijken is het belangrijk het toevloeien van de melk uit de borstklier te stimuleren (toeschietreflex).
Hygiëne tijdens het afkolven is erg belangrijk. Was daarom voordat je begint steeds grondig jouw handen ongeacht of je met de hand afkolft of een toestel gebruikt.Afkolven verloopt vlotter in een rustige en warme omgeving. Zorg dat je ontspannen bent voordat je begint met afkolven, zoek een comfortabel plekje op.De sleutel tot geslaagd afkolven is het stimuleren van de toeschietreflex. Ongemak of pijn hindert de toeschietreflex.
Dubbel afkolven halveert de afkolftijd vaak tot 15 minuten en stimuleert bovendien het prolactineniveau wat goed is voor de moedermelkproductie.
Moedermelk afkolven mag nooit pijnlijk zijn. Bij pijn moet je onmiddellijk stoppen met afkolven en de lactatiekundige om raad vragen.
Op een correcte manier afkolven en bewaren is nodig om vorming van bacteriën tegen te gaan. Gebruik enkel gesteriliseerd kolfmateriaal en flesjes. Koel moedermelk zo snel mogelijk. Vries moedermelk binnen 24 uur in. Voorzie elk zakje of flesje afgekolfde moedermelk van een etiket met datum. Vervoer moedermelk steeds koel. Ontdooi langzaam voor gebruik in de koelkast. Ontdooide moedermelk mag je nooit opnieuw invriezen.
Houdbaarheid moedermelk
Kamertemperatuur 20°CVerse moedermelk: 5 à 10 urenOntdooide moedermelk: 1 uurKoelkast 3-5°CVerse moedermelk: max 5 dagenOntdooide moedermelk: 24 urenDiepvriezer -15°CVerse moedermelk: 3 maandenOntdooide moedermelk nooit opnieuw invriezenNa opwarmenVerse moedermelk: 1 uurOntdooide moedermelk: 1 uur
Tot slot De hoeveelheid moedermelk bij het afkolven verschilt van dag tot dag, van moment tot moment en van borst tot borst. Maak je niet onnodig ongerust als afkolven niet altijd even vlot verloopt. Lukt het kolven niet goed, doe dan even iets anders en probeer het later opnieuw. Neem steeds voldoende tijd om te kolven, creëer een ontspannen sfeer in een rustige en warme omgeving.
Hoe verloopt mijn verblijf op de afdeling materniteit?
De vroedvrouwen op de materniteit werken nauw samen met andere zorgverleners om jou en je baby zo goed mogelijk te verzorgen. Zo zal de kinderarts jouw baby uitgebreid komen nakijken binnen de eerste 24u na de geboorte. Zowel de gynaecoloog als de kinesist zie je iedere dag. Tijdens je verblijf zal er ook een medewerkster van Kind en Gezin langskomen om hun werking uit te leggen. Indien nodig staan de mensen van de sociale dienst, psycholoog, diabetoloog, seksuoloog,… ook steeds voor je klaar.
Doktersbezoek: de gynaecoloog en kinderarts komen gedurende het verblijf regelmatig langs. Dit kan zowel in de voor- als in de namiddag zijn. De baby wordt tijdens het verblijf tweemaal onderzocht door de kinderarts: binnen de 24 uur na de geboorte en bij ontslag uit het ziekenhuis. Vergeet de documenten, nodig voor de verzekering, werkgever, ... niet aan de gynaecoloog te overhandigen om te laten invullen.Kind en Gezin: de organisatie Kind en Gezin brengt jou tijdens het verblijf op materniteit een bezoek. Zij verstrekken informatie over hun werking en regelen verdere afspraken rond het eerste huisbezoek. Hiervoor hebben zij inzage in jouw dossier. Als je dit niet wenst, gelieve dit te melden aan de hoofdvroedvrouw. Indien Kind en Gezin nog niet is langs geweest tijdens jouw verblijf, geef ons een seintje voor je naar huis vertrekt.Sociale dienst: tijdens kantooruren kunnen onze sociaal werkers informatie over thuishulp, thuisaccommodatie, oppas thuis, ... verschaffen, alsook helpen bij het aanvragen van eventuele financiële tegemoetkomingen of bij problemen van administratieve aard. Je kan bij hen ook steeds terecht voor een vertrouwelijk gesprek.Dienst Levensbeschouwelijke Zorg: in bepaalde situaties krijgen de patiënt en familie of naasten veel te dragen aan pijn en onmacht, onzekerheid, levensvragen, ... Hiervoor kan men eventueel terecht bij een van de medewerkers van de dienst Levensbeschouwelijke Zorg. De katholiek ziekenhuispastor of de moreel consulent kan een vertrouwenspersoon zijn bij het omgaan met levens- en zinvragen, vanuit een diep respect voor ieders geloofs- of levensovertuiging.Fysische Geneeskunde of kinesitherapie: de kinesist komt tijdens het verblijf langs en voorziet aangepaste oefeningen. De postnatale oefeningen die je in het ziekenhuis krijgt, tellen niet mee in de negen wettelijk terugbetaalde consultaties. Vier tot zes weken na de bevalling kan je in het AZ Jan Portaels of privé verder postnatale oefeningen volgen.
Dagindeling
06:45 - 07:00: Overdracht nacht- en ochtendshift van de vroedvrouwen08:00 - 11:00: Beddenopmaak, ontbijt, schoonmaak kamers, ochtendverzorging, kinesitherapie, bezoek Kind & Gezin, bezoek kinderarts, bezoek gynaecoloog12:00 - 13:00: Middagmaal13:30 - 14:00: Overdracht ochtend- en namiddagshift van de vroedvrouwen14:00 - 16:00: Middagverzorging17:00 - 18:00: Avondmaal19:30 - 21:00: Avondverzorging21:15 - 21:30: Overdracht namiddag- en nachtshift van de vroedvrouwen
Bezoek
Te veel bezoekers op hetzelfde moment is vaak vermoeiend. Op het einde van het bezoekuur zal aan jouw bezoekers gevraagd worden de materniteit te verlaten zodat jij en je partner samen wat kunnen rusten en genieten van de baby. Op eenpersoonskamers bestaat de mogelijkheid tot rooming-in voor de partner.
De bezoekuren voor vrienden en familie zijn beperkt tussen 14u en 19u30. De partner is heel de dag doorlopend welkom. We vragen het bezoek de kamer te verlaten bij verzorging van de mama, de voeding van de baby, alsook tijdens het doktersbezoek.
Verzorging van de mama
Indien jij en je baby een moeilijke nacht achter de rug hebben, kan je gebruikmaken van de ‘deurhanger’ die je buiten aan de kamerdeur hangt en daardoor aangeven dat je de voorziene zorgen graag wat uitstelt. Geef ons daarna gerust een seintje als je wakker bent.
Dagelijks komt een vroedvrouw ‘s ochtends langs voor een spoeling met water. Daarbij voert ze een lichamelijke controle uit door onder andere de eventuele knip, de stand van uw baarmoeder, ... na te kijken en verstrekt ze de nodige informatie hierover.
Bloedverlies is een belangrijk aandachtspunt na de bevalling. De hoeveelheid bloedverlies verschilt van vrouw tot vrouw. De eerste dagen bestaat dit hoofdzakelijk uit zuiver helderrood bloed, met eventueel kleine klonters. Na enkele dagen wordt dit roodbruin bloedverlies, waarna het verandert in bruingeelachtig en slijmerig bloed. Het vaginaal verlies moet reukloos zijn. Informeer de vroedvrouw of arts indien dit anders is. Rondlopen veroorzaakt meer bloedverlies dan in bed liggen. Ook tijdens borstvoeding kan je meer bloedverlies hebben omdat jouw baarmoeder dan meer samentrekt. Ververs regelmatig het maandverband en gebruik de eerste weken geen tampons. Bloedverlies kan tot zes weken aanhouden. Indien er thuis een plotse toename is van bloedverlies raadpleeg je best een arts. Zwemmen en baden is niet aan te raden omdat de baarmoederhals nog open staat en dit de kans op infectie vergroot.
De stand van de baarmoeder wordt dagelijks gecontroleerd. Je kan dit ook zelf voelen: als je op jouw rug ligt, voel je een harde zwelling tussen bikinilijn en navel. Na de bevalling trekt de baarmoeder samen onder invloed van hormonen waardoor de wonde die de moederkoek achterliet, dichtgedrukt wordt. Na ongeveer zes weken heeft de baarmoeder haar oorspronkelijke vorm weer.
De baarmoeder dient hard te zijn en dagelijks te verkleinen. Hierdoor kunnen naweeën optreden veroorzaakt doordat de baarmoeder afwisselend ontspant en samentrekt. Het zijn knagende, soms pijnlijke krampen vergelijkbaar met hevige menstruatiepijn. Naweeën komen meer voor bij vrouwen die borstvoeding geven en nemen toe na de bevalling van een tweede, derde, ... kind. Bij hevige pijn kan je pijnmedicatie vragen.
Een knip of scheurtje kan bij sommige vrouwen veel en bij andere dan weer weinig hinder veroorzaken. Het is op een plaats die je voortdurend voelt als je zit, stapt of ligt. De eerste dagen kan de streek rondom de knip of scheur gezwollen en pijnlijk aanvoelen. De eerste dag kan een ijszak de zwelling en pijn enigszins verminderen. Goede hygiëne is belangrijk. Verander daarom elke drie à vier uur het maandverband. Na elk toiletbezoek is het aangeraden om de schaamstreek na te spoelen met de douchekop. De gynaecoloog gebruikt meestal zelfresorberende hechtdraadjes die niet verwijderd hoeven te worden. Thuis vraagt de knip of scheur geen specifieke verzorging meer. Indien je meer pijn ervaart is het raadzaam dit aan de gynaecoloog te melden.
Op dag twee van jouw verblijf wordt een routine bloedonderzoek uitgevoerd, waarbij wordt nagegaan of je niet te veel bloed hebt verloren tijdens de bevalling. Afhankelijk van het resultaat krijg je al dan niet ijzertabletten of een bloedtransfusie toegediend.
De ontlasting komt vaak pas na enkele dagen op gang. Dit is normaal omdat je een lavement kreeg voor de bevalling. Het is van belang voldoende te drinken en te bewegen. Eet ook vezelrijke voeding zoals bruin brood, fruit, rauwkost, ... Vele mama’s zijn bang pijn te hebben bij het maken van de eerste stoelgang na de bevalling waardoor je de stoelgang ophoudt. Stel dit echter niet uit, jouw stoelgang wordt daardoor hard en veroorzaakt nog meer pijn. Indien je twee dagen na de bevalling nog geen stoelgang hebt gemaakt, neem je twee zakjes Duphalac®, opgelost in een half glas water, ’s morgens voor het ontbijt. Indien nodig neem je de volgende dag nogmaals twee zakjes Duphalac®.
De eerste dag kan plassen pijnlijk zijn door kleine scheurtjes die in het slijmvlies van de schaamlippen ontstaan zijn. Deze herstellen zich spontaan. Door telkens na een plasbeurt goed te spoelen met lauw water, kan het prikkend gevoel verzacht worden. Plassen kan ook bemoeilijkt worden door een zwelling van de schaamstreek. Als je zes uur na de bevalling nog niet geplast hebt, verwittig dan een vroedvrouw. Het is belangrijk regelmatig te plassen en voldoende te drinken om het risico op infectie te verkleinen.
Een zwelling van de aders rond de aars, ook wel ‘speen’ genoemd kan na de bevalling ontstaan of toenemen door het persen. Bij aambeien is het belangrijk constipatie te voorkomen of te verhelpen. Drink voldoende en eet vezelrijke voeding. Soms kan medicatie nodig zijn.
Het lichaam heeft tijd nodig om te herstellen. Het is belangrijk om niet te gaan diëten, zeker niet bij borstvoeding. Eet gezond en gevarieerd. De eerste dagen na de bevalling verlies je al snel zes à zeven kilo door baby’s gewicht, de moederkoek, vruchtwater en de krimpende baarmoeder. Het opgestapelde vocht van de zwangerschap raak je de eerste dagen deels kwijt. Je plast vaker, zwellingen van benen, enkels, vingers en gezicht verdwijnen langzaam. Dit kan tot zes weken duren.
Na een spontane vaginale bevalling kan met postnatale kinesitherapie op vier weken gestart worden. Na een keizersnede is dit zes weken. Voor deze oefeningen heb je een medisch voorschrift nodig.
Een geboorte is een ingrijpende gebeurtenis. De relatie tussen partners verandert niet enkel in de dagelijkse bezigheden, maar ook op seksueel vlak. De baby staat nu centraal. Je moet beide wennen aan de nieuwe situatie. Spreek er samen over en breng begrip op voor elkaars gevoelens. Het is niet abnormaal dat je als vrouw minder zin hebt in vrijen tijdens de eerste weken na de bevalling. Dit wordt veroorzaakt door verschillende factoren: focus op de pasgeborene, babyverzorging die veel energie en tijd vergt, angst voor pijn, angst voor een nieuwe zwangerschap, uitputting. Bij borstvoeding kan een glijmiddel aangewezen zijn omwille van hormonaal vaginale droogte. Meestal wordt seksueel contact afgeraden tijdens de eerste zes weken na de bevalling. Alles hangt echter af van de mate waarin je recupereert en je er klaar voor bent.
Wanneer de eisprong en menstruatie terugkeren verschilt van vrouw tot vrouw. Meestal is dit na zes à acht weken. De eerste menstruatie kan heviger zijn dan normaal. Bij borstvoeding zal de menstruatie over het algemeen later op gang komen, wat niet betekent dat borstvoeding een veilig voorbehoedsmiddel is. Tijdens de borstvoedingsperiode kan een minipil genomen worden omdat deze de melkproductie niet vermindert. Bespreek het eventueel voorkomen van een volgende zwangerschap of anticonceptie tijdens het ontslaggesprek met de gynaecoloog.
Na de bevalling kan je je triest of somber voelen zonder enige verklaring. Gevoelens van intens geluk wisselen af met het gevoel in de put te zitten. Deze gevoelens, vaak gepaard met onverklaarbare huilbuien, heten babyblues en zijn een normale reactie. Een geboorte is een ingrijpende gebeurtenis die tonnen energie vergt. Bij een bevalling treden er heel wat biologische veranderingen op, de hormonenspiegel verandert, maar ook vermoeidheid, een onderbroken nachtrust, ... dragen bij tot stress. Meestal treden babyblues enkele dagen na de bevalling op of beginnen de huilbuien pas thuis. Wordt het allemaal wat te veel en ben je bang dat je het niet aankan, dan kunnen we samen naar een oplossing zoeken.
Rust voldoende. Ook overdag wanneer de baby slaapt.Beperk bezoek en vraag hen vooraf een seintje te geven.Gun jezelf tijd om aan de nieuwe situatie te wennen.Huilen mag, onderdruk dit niet.Aanvaard hulp en sympathie van vrienden en familie.Doe eventueel beroep op externe diensten zoals kraamhulp, gezinshulp, ...Wanneer je je onbegrepen voelt door jouw omgeving, raadpleeg je best een deskundige
Verzorging van de baby
De luier verschoon je best na elke voeding, als de luier nat of bevuild is. De baby hoeft voor het verschonen niet noodzakelijk wakker te zijn. Laat de baby nooit alleen liggen op het verzorgingskussen! Baby’s eerste stoelgang, zwart en kleverig, wordt meconium genoemd. Nadien gaat deze over in een vastere stoelgang en verandert ze ook van kleur. Bij borstvoeding kan de kleur van de stoelgang afhankelijk zijn van wat jij eet, meestal is deze na enkele dagen geel van kleur. Een baby moet ook regelmatig plassen, vanaf de tweede dag minimum twee natte luiers per dag. Wanneer hij een week oud is, moet hij minimum zes plasluiers per dag hebben. Gebruik zo weinig mogelijk verzorgingscrèmes of geparfumeerde producten welke vaak allergieën veroorzaken.
Bereid zo veel mogelijk voor en leg alles vooraf klaarLeg een doek op het verzorgingskussen.Leg luiers, vochtige doekjes, tissues en reinigingsmelk klaar.Was en droog telkens de handen voor het verschonen.Kijk of de luier ververst moet worden door de hersluitbare hechtstrips los te maken en ze aan de achterkant te kleven.Gebruik de voorkant van de luier om de billetjes zo veel mogelijk schoon te vegen.Til baby’s beentjes op, rol de vuile luier dicht en neem hem weg. Gooi het pakketje nog niet weg, je kan er de gebruikte babydoekjes instoppen.Maak baby’s billetjes schoon met babydoekjes of met toiletmelk bevochtigde tissues. Veeg altijd van voor naar achteren. Besteed extra aandacht aan de huidplooitjes.Droog de billetjes met een tissue.Steek de gebruikte doekjes bij in het vuile luierrolletje.Vouw de verse luier open en leg het stuk met kleefstrips onder baby’s bips.Haal nu de voorkant tussen de beentjes naar boven en leg die op zijn plaats.Trek de strips over de voorkant van de luier en maak ze vast aan de tailleband.Voel of de luier niet te strak zit door een vinger tussen de tailleband en baby’s buikje te passen. Lukt dat niet, pas dan de kleefstrips aan.Gooi de vuile luier in het daartoe bestemde vuilnisbakje.Was na afloop opnieuw grondig de handen met zeep.
Baby’s lichaamstemperatuur wordt met een digitale thermometer in de aars gemeten: breng het ontsmette uiteinde van de thermometer ongeveer één cm in de aarsopening. Laat de luier onder de bips van de baby liggen, want baby’s krijgen hierbij het gevoel om stoelgang te maken. Controleer de lichaamstemperatuur eenmaal per dag vóór bad en voor de baby helemaal is uitgekleed. De lichaamstemperatuur van een baby schommelt tussen 36,5° C en 37,5° C. Boven 38° C spreekt men van koorts.
Baby’s jonger dan drie maanden kunnen bij ziekte zowel temperatuursverhoging als -verlaging vertonen. Bij een lichaamstemperatuur boven 38° C of onder 36° C, raadpleeg je best een kinderarts. De eerste dagen thuis, controleer je best eenmaal per dag jouw baby’s lichaamstemperatuur omwille van verandering van omgevingswarmte. Indien de lichaamstemperatuur lager ligt dan 36,5° C gebruik je best een extra dekentje of extra kleding. Indien hoger dan 37,5° C kleedt je jouw baby minder warm aan.
De verzorging van de baby gebeurt in de voormiddag. De ene dag krijgt de baby een badje, de andere dag een opfrisbeurt. Op dat moment wordt ook het lichaamsgewicht van de baby gecontroleerd. Thuis kan je dat moment zelf bepalen. Een bad werkt rustgevend, daarom raden we aan dit ’s avonds te doen. Je kan nadien de lakens verversen indien nodig. Zorg voor een aangename kamertemperatuur (22 à 24° C) zodat de baby het niet koud krijgt. Vul het bad eerst met koud en dan pas met warm water. De watertemperatuur moet ongeveer 37° C zijn. Je kan dit controleren met een badthermometer of door met de elleboog of pols te voelen, het badwater moet aangenaam warm aanvoelen. In plaats van zeep te gebruiken kan je ook een oliebadje geven.
Zorg dat alles binnen handbereik ligt vooraleer je de baby uit bed neemt.Verzorgingsproducten: zeep, toiletmelk, eventueel olie voor de droge huidPropere kleertjes, eventueel een badthermometerHanddoeken en washandjes
Laat de baby geen enkel moment alleen en onbewaakt liggen op het verzorgingskussenKleed de baby uit.Was eerst de oogjes met slechts water van buiten naar binnen, vervolgens het gezichtje ook zonder zeep.Doe hierna zeep op het washandje.Was het hoofdje en hals, was goed in de huidplooien, schouders, oksels, armen, borst, buik.Nadien was je het rugje door de baby op de zijde te draaien.Hierna voetjes, beentjes, liesplooien en als laatste het poepje van voor naar achter.Leg het washandje opzij en leg de baby in het water. Houd hem zo vast dat hij niet kan wegglijden door zijn hoofdje op jouw pols te laten rusten zodat jouw duim en wijsvinger rond zijn bovenarmpje zitten.Dompel hem rustig in het water en spoel zacht af.Til de baby uit het bad en leg hem op de handdoek.Droog hem onmiddellijk af in dezelfde volgorde als bij het inzepen: van boven naar onder.Droog huidplooien goed om het risico op roodheid te vermijden.Leg een droge en propere handdoek onder de baby.
Na de bevalling krijgt jouw baby een navelklem. Het navelstompje droogt geleidelijk uit en valt na ongeveer twee weken vanzelf af. Voor je huiswaarts keert, zal de vroedvrouw de navelklem verwijderen. Van zodra de navel proper en droog is, is er geen specifieke zorg nodig.
Indien de oogjes vuil zijn verzorg je ze met fysiologisch water. Doe wat fysiologisch water op een kompres en wrijf hiermee op de oogjes van buiten naar binnen. Indien de oogjes etterig zijn, vraag je best advies aan de kinderarts.
Oorsmeer heeft een zuiverende functie, was daarom enkel de oorschelp. Gebruik geen wattenstaafjes die het trommelvlies kunnen beschadigen en oorsmeer dieper in het oor duwen waardoor een oorstop ontstaat. Gebruik een kompres of opgerolde tissue. Achter de oren stapelt makkelijk vuil op. Drenk een kompres in toiletmelk en reinig zachtjes, maar grondig, achter de oren.
De eerste zes weken hoef je de nageltjes niet te knippen. Als de baby zich krabt, doe hem dan katoenen handschoentjes aan. Later mag je voorzichtig de nageltjes knippen met een nagelschaar met afgeronde punten. Let erop dat je geen wondjes veroorzaakt.
Maak baby’s neusje vrij met een opgerold watje of wattenstaafje. Enkele druppels fysiologisch water helpen bij een verstopte neus.
Bij jongens kan je het piemeltje gewoon wassen met zeep. De voorhuid is op jonge leeftijd verkleefd, blijf eraf om scheurtjes in de voorhuid te voorkomen. Bij vrijwel alle jongetjes komt dit vanzelf in orde. Alleen bij een eventuele infectie moet je een arts raadplegen. Bij meisjes was je de geslachtsorganen met een washandje en water. Wrijf naar de anus toe. Verwijder alle stoelgang om irritatie te voorkomen. Meisjes kunnen via de schede slijm of bloed verliezen door de hormoonwerking van de mama.
De Guthrietest, vroeger hielprik genoemd, is een bloedonderzoek om van bij de geboorte zeldzame stofwisselingsziekten en schildklierproblemen tijdig op te sporen. De test omvat een bloedafname in het handje van de baby en wordt uitgevoerd na 72 uur. Je wordt van een afwijkend resultaat op de hoogte gebracht.
Rond de tweede à derde dag na de geboorte krijgen vele baby’s een gele huidskleur veroorzaakt door de stof bilirubine die vrijkomt bij afbraak van rode bloedlichaampjes. Deze worden de eerste dagen na de geboorte gedeeltelijk afgebroken. De lever zorgt dat bilirubine uit het bloed gehaald wordt. Omdat er plots een overvloed aan deze afvalstof ontstaat, kan de lever de verwerking niet altijd bijhouden. Vandaar dat bilirubine in het bloed achter kan blijven en zich net onder de huid, in de vetcellen, vastzet met een gele huidverkleuring tot gevolg. Tijdens deze fase kan de baby slaperig en lui zijn tijdens het drinken. Omwille van geelzucht kan het nodig zijn het bilirubinegehalte te controleren. Zo kan de kinderarts beslissen of fototherapie nodig is. Bij fototherapie wordt de baby enkel met een luier en een beschermingsbrilletje onder een blauwe lamp gelegd. Het licht zorgt voor de bilirubineafbraak in de huid. Een behandeling bestaat meestal uit twee keer vier uur fototherapie. Afhankelijk welkom van de resultaten kan dit verlengd worden. Tijdens de fototherapie kan jouw kindje meestal op de kamer blijven. Zet baby’s bedje overdag zo veel mogelijk bij het raam, maar niet in de volle zon, zo kan het daglicht het gele pigment mee helpen afbreken.
Een huilende baby duidt vaak op honger, een vuile luier, ... maar soms is er geen duidelijk aanwijsbare reden. Even huilen mag, je hoeft jouw kindje niet bij de eerste schreeuw te sussen. Belangrijk is wel toezicht te blijven houden! Blijft het huilen aanhouden dan is het belangrijk te reageren. Het is namelijk jouw baby’s enige manier om zijn gevoelens te uiten. Neem hem regelmatig bij jou, een extra knuffel kan wonderen doen. Het is een fabel dat een baby hierdoor verwend wordt, jouw baby heeft je nodig, je kan hem niet genoeg geruststellen of koesteren. Bovendien zal je zijn signalen beter leren herkennen. Soms helpt troosten niet en wil jouw baby met rust gelaten worden. Ga na een huilbui steeds kijken of hij rustig ligt te slapen.
Mogelijke oorzaken waarom de baby huilt:
Heeft de baby een vuile luier?Wanneer heeft hij het laatst voeding gekregen?Heeft hij een boertje na zijn voeding gelaten?Spannen de kleertjes of de luier niet te fel?Heeft hij het niet te warm of te koud?Heeft de baby last van buikkrampen?Heeft hij dorst? Zeker als het zeer warm is.Vraagt hij aandacht, heeft hij nood aan een knuffel?Is de baby moe, te moe om rustig in slaap te vallen?Ziet uw baby er ziek uit? Controleer zijn lichaamstemperatuur.Heeft hij pijn?...
Beperk momenten van troosten, knuffelen, dragen en aandacht niet enkel tot de momenten dat jouw baby huilt. Zo niet leert jouw baby dat huilen de enige manier is om aandacht te krijgen.
Rond de derde dag verandert de stoelgang van kleur en samenstelling, wat buikkrampen kan veroorzaken. Hevig huilen en met de beentjes stampen, kan op krampen wijzen, vaak gepaarde gaande met darmgeluidjes en winderigheid.
Leg hem tegen de borst of op zijn buik, met de beentjes opgetrokken op jouw armen en masseer zacht zijn buik.Leg hem op zijn buik op jouw schoot en masseer zacht zijn rug.Indien buikkrampen veelvuldig voorkomen of lang aanhouden, of indien je je ongerust maakt, contacteer je best de kinderarts.
Dankzij talrijke preventiecampagnes komt wiegendood nog slechts zelden voor. Toch zijn er jaarlijks nog een tiental gevallen in Vlaanderen. De juiste oorzaak is nog steeds niet gekend, maar onderzoek en ervaring tonen aan dat er een verband is met een aantal te vermijden risicofactoren.
SlaaphoudingLeg de baby steeds op zijn rug te slapen. In buikligging slaapt hij misschien rustiger, maar dit houdt een verhoogd risico op wiegendood in. Ook wanneer de baby in zijligging slaapt, want hij kan zich immers al vanaf de eerste levensweken spontaan op zijn buik kantelen.Respecteer zo veel mogelijk baby’s natuurlijk slaapritme.Zorg voor een rustige en goed verluchte, rookvrije slaapomgeving met een goede omgevingstemperatuur (18 à 20° C).
SlaaponderzoekEen slaaponderzoek waarbij onder andere ademhaling en hartritme onderzocht worden, is niet feilloos in het opsporen van risicokinderen. Het maakt sommige ouders nodeloos ongerust en geeft anderen een vals gevoel van zekerheid. Het ontbreken van afwijkingen garandeert ook niet de uitsluiting van wiegendood. Toch is het onderzoek zinvol voor bepaalde risicogroepen zoals bij heel vroeg geboren kinderen, bij baby’s met een zeer laag geboortegewicht, bij baby’s van wie de broer, zus, neef of nicht aan wiegendood gestorven is, bij baby’s die in hun wieg worden betrapt op abnormaal lange adempauzes of een abnormaal ademhalingspatroon, bij baby’s die luidruchtig snurken, met korte volledige ademhalingsonderbrekingen, bij baby’s die shockerig gevonden worden.
Valpreventie op materniteit
Een pas bevallen moeder loopt een hoger risico om te vallen, en dit omwille van de vermoeidheid, een lage bloeddruk, bloedverlies en duizeligheid.
Voor de mama
Kom de eerste keer na de bevalling niet zonder begeleiding van een vroedvrouw of van jouw partner uit bed. Omdat de bloeddruk na de bevalling wat lager kan zijn, sta je best langzaam op. Ga eerst op de rand van het bed zitten en kom daarna pas recht. Kreeg je een epidurale verdoving, vraag dan eerst aan een vroedvrouw of je al mag opstaan.Doe de kamerdeur nooit op slot.Zet de douche niet te warm en doe de badkamerdeur liever niet volledig dicht.Zorg dat de rem van het bed steeds op staat.Verwittig steeds een verpleegkundige wanneer je de afdeling verlaat en jouw kind alleen achterblijft in de kamer.Zet het bed altijd in de laagste stand, tenzij het hoger moet om de baby beter te kunnen bereiken (vergeet dan achteraf niet dat jouw bed mogelijk wat hoger staat). Het nachtkastje en het babybed zijn rollend materiaal en zijn daardoor niet stevig genoeg om je aan vast te houden.Zorg dat je steeds de bel en eventuele andere benodigdheden binnen handbereik hebt.Zet de infuusstaander steeds aan de uitstapkant van het bed (opgelet voor het elektriciteitssnoer bij een infuuspomp).Draag veilig schoeisel: gesloten schoenen of pantoffels met een goede anti-slipzool.In sommige kamers is er nachtverlichting. Is er onvoldoende licht in de kamer, laat dan een licht branden in de badkamer en zet die deur op een kier.Het schoonmaakpersoneel zet een geel waarschuwingsbord op de vloer na het reinigen ervan. Wees voorzichtig, want uitschuiven op een natte vloer is snel gebeurd.
Voor de baby
Laat de baby nooit alleen achter op het bed of het verzorgingskussen zonder extra bescherming (kussens rond de baby, zijkant van het bed omhoog).Neem de baby enkel op wanneer je elf stabiel staat.Zorg dat de hoogte van het babybed en jouw eigen bed op elkaar afgestemd zijn wanneer je de baby vanuit het bed wilt opnemen. Vergeet dan achteraf niet dat jouw bed mogelijk wat hoger staat.Ligt de baby mee in het bed van de mama, dan moet de zijkant van het bed omhoog aan de kant waar de baby ligt. Naast/achter de baby leg je een matras of kussen zodat jouw kindje niet uit het bed kan vallen. Als alternatief kan je ook een kangoeroedoek gebruiken. Doe de kangoeroedoek alleen aan onder begeleiding van een vroedvrouw.Leg de baby in het babybedje wanneer jullie samen de kamer verlaten.
Wanneer mag ik terug naar huis?
De verblijfsduur bij een probleemloze bevalling bedraagt 3 dagen voor een eerste kindje en 2 dagen vanaf je tweede kindje. Bij een keizersnede verblijf je 4 dagen op onze afdeling. De mogelijkheid om poliklinisch te bevallen bestaat, dit houdt een kort ziekenhuisverblijf in van 24 uur. Indien je dit verkiest, bespreek je dit vooraf met uw gynaecoloog
De dag dat u naar huis gaat hoef je niet meteen te betalen. De ziekenhuisfactuur wordt thuis toegestuurd of rechtstreeks verrekend met de verzekeringsmaatschappij. Je mag het volgende meenemen; verzorgingsproducten voor de baby, thermometer, resterende wegwerpluiers en borstkompressen, eventuele geneesmiddelen, vitaminen voor jou en de baby, medische voorschriften voor medicatie of postnatale kinesitherapie, eventueel de ingevroren moedermelk, breng hiervoor best een koelbox mee
Vergeet niet na te gaan of je jouw identiteitskaart en het formulier voor de geboorteaangifte hebt ingepakt. De Tv-afstandsbediening en het borstvoedingskussen ldien je terug in te leveren.
Alarmsignalen
Aarzel niet de gynaecoloog, kinderarts of huisarts te contacteren in een van de volgende situaties.
Voor jouw baby bij:
Problemen lichaamstemperatuur: koorts met meer dan 38° à 38,5° C of te lage lichaamstemperatuur, lager dan 36,5° CVoedingsproblemen: niet voldoende gewichtstoename met moeizaam drinken, gepaard met braken, diarree of obstipatieHuidskleur: gele of een bleekblauwe huidskleurHoorbaar moeilijke ademhalingEen navel die een week na ontslag nog niet is afgevallen
Voor jezelf bij:
Plots hevig bloedverlies met klonters of slecht ruikend verliesHevige pijn en roodheid aan de knipMogelijke borstontsteking: roodheid, pijnlijke borsten, harde plek, koortsRilkoortsTekenen van depressie: vermoeidheid, lusteloosheid, geen zin om op te staan ’s morgens, sombere gedachtenKortademigheid, pijn bij het ademen
Geboorteaangifte
De geboorte van jouw kind moet binnen de vijftien dagen aangegeven worden bij de burgerlijke stand van Vilvoorde. De dag van de bevalling wordt niet meegerekend. Zaterdagen, zondagen en wettelijke feestdagen worden wel meegerekend. Valt de vijftiende dag op een zaterdag, zondag of wettelijke feestdag, dan wordt de termijn verlengd tot de eerstvolgende werkdag.
De aangifte gebeurt door de vader, de moeder of samen. Indien je niet gehuwd bent, moet de aangifte door beide ouders gebeuren, tenzij de vader de baby reeds voor de geboorte officieel erkend heeft.
Het aangifteformulier dat je in het AZ Jan Portaels na de bevalling ontvangen hebtHet trouwboekje of het erkenningsformulierIdentiteitskaarten van beide ouders
Bij de geboorteaangifte ontvang je een attest bestemd om het kraamgeld en de kinderbijslag aan te vragen, een attest bestemd voor het ziekenfonds, twee bijkomende geboorteattesten en een formulier ‘inenting tegen polio’. Deze inenting is wettelijk verplicht. Na volledige inenting moet het formulier ingevuld worden door de arts en teruggestuurd worden naar de dienst bevolking van jouw gemeente of stad.
Vroedvrouw aan huis
Het is aangeraden om zelf tijdens de zwangerschap al op zoek te gaan naar een zelfstandige vroedvrouw waar jij je goed bij voelt en die jou na de bevalling thuis kan opvolgen. De thuiskomst na je bevalling is vaak heel overweldigend. Je stelt je vragen over de voeding van je kindje, het veilig slapen, de veranderingen van je lichaam na de bevalling en je eigen gevoelens bij dit alles.
Het is dan fijn dat je ook thuis terecht kan bij de vroedvrouw met deze vragen. Bij elk huisbezoek zal zij ook een medische controle van jou en je baby doen. Je hebt recht op een aantal huisbezoeken afhankelijk van de duur van je ziekenhuisverblijf, die volledig terugbetaald worden door de mutualiteit (8 sessies). Je kan deze bezoeken opnemen tot maximaal een jaar na de bevalling. Sommige vroedvrouwen rekenen een één malige dossierkost en/of kilometervergoeding aan.
Het AZ Jan Portaels werkt samen met een aantal zelfstandige vroedvrouwen uit de regio, waardoor de kwalitatieve zorg thuis kan worden voortgezet. Je vindt zelf ook een overzicht van alle zelfstandige vroedvrouwen op www.vroedvrouwen.be.
Wanneer je dit toch nog niet hebt geregeld tijdens je zwangerschap, kan je dit bespreken met de vroedvrouwen van de materniteit. Zij zullen dan samen met jou, de gynaecoloog en de pediater bespreken of de gezondheidstoestand van jou en je baby het toelaat om het ziekenhuis vervroegd te verlaten.
Wat als mijn baby overlijdt?
Als jouw baby sterft is dit een erg ingrijpend gebeuren. Misschien zie je, erg verlangend naar jouw kind, al jouw plannen en dromen voor de toekomst verdwijnen. De praktische en administratieve taken die deze situatie met zich meebrengt, voelen nu als een extra opgave aan.
Elk verlies is anders. Hoe je jena de dood van jouw kindje voelt, is afhankelijk van de omstandigheden van het overlijden, de band met jouw kind en jouw eigen persoonlijkheid. Het verlies van een kind kan een lange en intensieve rouwperiode met zich meebrengen. Verdriet uit zich bij ieder mens verschillend en kan veranderen in de loop van de tijd. Een algemene manier van rouwen bestaat immers niet. De gevoelens die je kan ervaren na het overlijden van een baby zijn heel divers, soms zelfs tegenstrijdig. Sommigen zullen zich gevoelloos, onverschillig of leeg voelen. Anderen zijn boos of verward. Die boosheid kan gericht zijn tegen iedereen die met de baby te maken heeft gehad, de arts, de verloskundige, maar ook tegen zichzelf of tegen het kind. Het is belangrijk dat je eender welk gevoel ook, toelaat. Iedereen heeft het recht om op zijn manier te rouwen: jij, je partner, de andere kinderen in het gezin, ...
Zwangerschap eindigde na 12 weken en voor 24 weken en de foetus werd levenloos geborenDe aangifte van geboorte en overlijden aan de Burgerlijke Stand Vilvoorde is niet verplicht. Er bestaat dus bijgevolg ook geen geboorteakte.Kind levenloos geboren na 24 weken | 180 dagen zwangerschapsduurDe aangifte bij Burgerlijke Stand is verplicht en moet in de gemeente waar het overlijden plaatsvond gebeuren. De aangifte mag gebeuren door de ouders. In de meeste gevallen neemt echter de begrafenisondernemer dit voor zijn rekening. Hij neemt de medische attesten en officiële documenten (identiteitskaarten ouders, eventueel trouwboekje) mee. Jouw kind wordt ingeschreven in het geboorteregister en indien van toepassing in het trouwboekje. Het kind krijgt enkel een voornaam. Indien de ouders niet gehuwd zijn, kan de naam van de vader toch opgenomen worden in het geboorteregister mits beide ouders samen de geboorteaangifte doen.Kind levend geboren maar onmiddellijk na geboorte overledenDe aangifte bij Burgerlijke Stand is verplicht en moet gebeuren in de gemeente waar het overlijden plaatsvindt. De geboorteaangifte mag gebeuren door de ouders. In de meeste gevallen neemt echter de begrafenisondernemer dit voor zijn rekening. Hij neemt de medische attesten en officiële documenten (identiteitskaarten ouders, eventueel trouwboekje) mee. Het kind wordt ingeschreven in het geboorteregister en indien van toepassing in het trouwboekje. Het kind wordt ingeschreven met voornaam en familienaam. De Burgerlijke Stand levert de geboorteakte, het uittreksel uit de overlijdensakte en een attest verlof tot begraving/crematie af. Indien de ouders niet gehuwd zijn en het kind overlijdt voor de geboorteaangifte kan de vader het kind erkennen. Indien een erkenning voor de geboorte werd aangevraagd, blijft deze geldig. Indien er geen erkenning was voor de geboorte, kan de vader het kind erkennen mits schriftelijke toestemming van de moeder en er geen betwisting bestaat over het vaderschap van het kind.
Hoe klein ook, jouw overleden kind moet op een gepaste manier begraven of gecremeerd kunnen worden, een beslissing waar de meesten onder ons het moeilijk mee hebben. Een begrafenisondernemer kan de praktische zaken voor jou uit handen nemen. Het is belangrijk dat je ons jouw wensen omtrent het afscheid van jouw kind duidelijk maakt. Je kan deze eventueel ook bespreken met een medewerker van de dienst Levensbeschouwelijke Zorg of een vertegenwoordiger van jouw geloofsovertuiging. Het AZ Jan Portaels is een pluralistisch ziekenhuis waar de dienst Levensbeschouwelijke Zorg een rooms-katholiek pastor en een vrijzinnig moreel consulent aangesteld heeft. Er kan via een van deze beide medewerkers ook hulp ingeroepen worden van een vertegenwoordiger van een andere erkende eredienst indien je dit verkiest.
Zwangerschap eindigde na 12 weken en voor 24 weken en de foetus werd levenloos geborenVanaf 12 weken zwangerschapsduur moet de foetus begraven of gecremeerd worden. Bij een begraving gebeurt dit meestal door de stadsdiensten. De foetus wordt begraven op de foetusweide van de begraafplaats van Vilvoorde. Bij crematie moet er steeds een begrafenisondernemer ingeschakeld worden. Je kan later de stadsdiensten contacteren om te weten waar de foetus begraven of uitgestrooid werd. Er wordt geen naamplaatje voorzien op deze plaats. Het is mogelijk de begraving via een begrafenisondernemer te laten regelen, bijvoorbeeld als je de begraving in jouw woonplaats wil. Hier zijn begrafeniskosten aan verbonden.Kind levenloos geboren na 24 weken | 180 dagen zwangerschapsduurEen begraving of crematie moet steeds via een begrafenisondernemer gebeuren en plaatsvinden tussen 36 uur en 5 dagen na de geboorte. Bij een begraving krijgt jouw kind een plaats op het kinderhof van de begraafplaats in Vilvoorde. Bij crematie wordt de as verstrooid op de plaatselijke strooiweide of bijgeplaatst in het columbarium. Je kan ook kiezen om de as zelf te bewaren in een urne. Indien je verkiest de begraving of uitstrooiing in jouw eigen woonplaats te laten plaatsvinden, kan dit via de begrafenisondernemer geregeld worden.Kind levend geboren maar onmiddellijk na geboorte overledenDe begraving of crematie moet steeds via een begrafenisondernemer gebeuren. Bij een begraving krijgt jouw kind een plaats op het kinderhof van de begraafplaats in Vilvoorde. Bij crematie wordt de as verstrooid op de plaatselijke strooiweide of bijgeplaatst in het columbarium. Je kan ook kiezen om de as zelf te bewaren in een urne. Indien je kiest voor begraving of uitstrooiing in jouw eigen gemeente of stad, kan dit uiteraard ook. Dit wordt geregeld via de begrafenisondernemer.
Bevallingsrust
Zwangerschap eindigde na 12 weken en voor 24 weken en de foetus werd levenloos geborenJe hebt noch recht op pre- en postnataal verlof, noch op kraamgeld.Kind levenloos geboren na 24 weken | 180 dagen zwangerschapsduurJe hebt recht op 15 weken bevallingsrust en 17 weken voor een meerlingzwangerschap. Bij een meerlingzwangerschap kan je nog 2 extra weken postnataal verlof aanvragen.Kind levend geboren maar onmiddellijk na de geboorte overledenJe hebt recht op 15 weken bevallingsrust en 17 weken voor een meerlingzwangerschap. Bij een meerlingzwangerschap kan u nog 2 extra weken postnataal verlof aanvragen.
Vaderschapsverlof
Zwangerschap eindigde na 12 weken en voor 24 weken en de foetus werd levenloos geborenJe hebt geen recht op vaderschapsverlof.Kind levenloos geboren na 24 weken | 180 dagen zwangerschapsduurEen werknemer in de privésector of een contractuele werknemer bij de overheid heeft recht op 10 dagen afwezigheid, te nemen binnen 4 maanden te rekenen vanaf de dag van de bevalling. Deze dagen afwezigheid dienen niet in één keer opgenomen te worden, maar mogen gespreid worden over een periode van 4 maanden. De eerste 3 dagen wordt het volledige loon betaald door de werkgever. Voor de volgende 7 dagen ontvangt u een uitkering van het ziekenfonds. Statutaire ambtenaren hebben recht op 4 dagen vaderschapsverlof.Kind levend geboren maar onmiddellijk na geboorte overledenEen werknemer in de privésector of een contractuele werknemer bij de overheid heeft recht op 10 dagen afwezigheid, te nemen binnen 4 maanden te rekenen vanaf de dag van de bevalling. Deze dagen van afwezigheid dienen niet in één keer genomen te worden, maar mogen gespreid worden over een periode van 4 maanden. De eerste 3 dagen wordt het volledige loon betaald door de werkgever. Voor de volgende 7 dagen ontvangt u een uitkering van het ziekenfonds. Statutaire ambtenaren hebben recht op 4 dagen vaderschapsverlof.
Klein verlet wegens overlijden
Zwangerschap eindigde na 12 weken en voor 24 weken en de foetus werd levenloos geborenJe hebt geen recht op klein verlet wegens overlijden.Kind levenloos geboren na 24 weken | 180 dagen zwangerschapsduur:Werknemers in de privésector of bij de overheid hebben recht op 3 dagen afwezigheid. Statutaire ambtenaren hebben recht op 4 dagen afwezigheid. Deze dagen moeten genomen worden in de periode tussen het overlijden en de teraardebestelling. Een uittreksel uit de geboorteakte en een vraag tot vaderschapsverlof moeten gericht worden aan de werkgever en het ziekenfonds.Kind levend geboren maar onmiddellijk na geboorte overledenWerknemers in de privésector of bij de overheid hebben recht op 3 dagen afwezigheid. Statutaire ambtenaren hebben recht op 4 dagen afwezigheid. Deze dagen moeten genomen worden in de periode tussen het overlijden en de teraardebestelling. Een uittreksel uit de geboorteakte en een vraag tot vaderschapsverlof moeten gericht worden aan de werkgever en het ziekenfonds.
Kraamgeld
Zwangerschap eindigde na 12 weken en voor 24 weken en de foetus werd levenloos geborenJe heeft geen recht op kraamgeld.Kind levenloos geboren na 24 weken | 180 dagen zwangerschapsduurJe hebt recht op kraamgeld, aan te vragen bij de kinderbijslagkas vanaf de 6e maand van de zwangerschap.Kind levend geboren maar onmiddellijk na geboorte overledenJe hebt recht op kraamgeld, aan te vragen bij de kinderbijslagkas vanaf de 6e maand van de zwangerschap. Indien de zwangerschap minder dan 180 dagen duurde en het kind heeft toch enige tijd geleefd heeft, heb je op kraamgeld. Denk eraan tijdig een geboorteattest naar jouw kinderbijslagfonds te sturen.
Sommige ziekenfondsen betalen een toelage bij overlijden of voorzien een financiële tussenkomst in de begrafeniskosten. Informeer hiervoor bij jouw ziekenfonds. Voor een eventuele aanvraag heb je een kopie van de overlijdensakte en een overzicht van de begrafenis- of crematiekosten nodig.
Voor eventuele broers of zussen:
Voor volwassenen:
Spitz B, Keirse M. e.a. Uit het nest gevallen, Tussen iets en niets.Omgaan met het verlies van een prille zwangerschap, Lannoowww.metleg.be