Lou moest een prikje krijgen in het ziekenhuis.
Eigenlijk vond Lou dat best een beetje spannend. "Wat als het pijn doet?"
"Ik zal je een geheim verklappen," fluisterde mama. "De verpleegkundige heeft een superkracht, ze hebben daar een speciale toverzalf!"
Toen ze in onderzoekskamer kwamen, lag de zalf al klaar. "Dit is een toverzalf," legde de verpleegkundige uit. "Die gaan we op je handen en armen doen en de zalf stuurt jouw huid eventjes naar dromenland."
De verpleegkundige bracht de zalf voorzichtig aan en plakte er een pleister over. "Nu moet de magie even zijn werk doen," zei mama. Terwijl de zalf Lou's arm in slaap wiegde, speelden Lou en mama een spelletje in de speelzaal, Lou dacht helemaal niet meer aan de prik.
Na een halfuurtje riep de verpleegkundige hen weer binnen. "Zullen we eens kijken of je arm al diep in slaap is?" vroeg ze. Ze haalde de pleister eraf en veegde de arm schoon. De huid zag er een klein beetje wit uit.
"Kijk eens," zei de verpleegkundige, en ze tikte heel zachtjes met haar vinger op Lou's arm. Lou moest lachen. "Ik voel je vinger bijna niet! Het kietelt een beetje."
"Precies," zei de verpleegkundige. "Jouw arm slaapt als een roosje."
"Kijk nu maar eens goed naar mama," zei ze toen. Lou keek naar mama, die een heel gekke snor trok met haar vingers. "Klaar!" zei de verpleegkundige ineens.
Lou keek verbaasd "Hè? Is het al klaar? Ik voelde alleen een piepklein duwtje!"
"Je arm was gewoon heel diep in slaap," knipoogde de verpleegkundige, en ze plakte een stoere pleister met glitters op de plek.
Lou was supertrots. De toverzalf had echt gewerkt!