Perifeer ingebrachte centraal veneuze katheter (PICC)
Op deze pagina
Doel
PICC staat voor een perifeer ingebrachte centraal veneuze katheter die in een bloedvat in de bovenarm wordt geplaatst. De katheter wordt nadien opgeschoven totdat de tip van de katheter zich net boven het hart bevindt.
De katheter wordt geplaatst bij langdurige intraveneuze therapie en wordt zowel bij gehospitaliseerde als ambulante patiënten gebruikt.
Door het telkens opnieuw aanprikken van bloedvaten in de onderarm of hand om een perifeer veneuze katheter te plaatsen, raken deze beschadigd. Het kan niet alleen pijnlijk zijn voor sommige mensen, maar na verloop van tijd kan het aanprikken ook moeizamer verlopen. Daarnaast kunnen de toegediende intraveneuze producten, zoals chemotherapie of antibiotica, ook irriterend zijn voor de kleine bloedvaten waardoor deze schade kunnen berokkenen. In dat geval biedt een PICC een veilige toegangsweg.
Voorbereiding
Het plaatsen van de katheter gebeurt in het operatiekwartier onder lokale verdoving.
Je dient hiervoor nuchter te zijn. Tenzij anders vermeld door de behandelend arts wil dit zeggen: je mag tot 6u voor de ingreep een lichte maaltijd eten. Nadien mag je niets meer eten. Je mag tot 2u voor de ingreep heldere vloeistoffen zoals water, thee of koffie (zonder melk) drinken. Nadien mag je niets meer drinken.
Verloop
Nadat je op jouw rug geïnstalleerd bent, wordt de arm ruim ontsmet en afgedekt. Nadien wordt de huid verdoofd en wordt het bloedvat aangeprikt. Het plaatsen duurt ongeveer 30 minuten.
De katheter wordt op de huid gefixeerd met een fixatieverband waarin de katheter bevestigd wordt (StatLock®). Over dit fixatieverband en de insteekplaats wordt een steriel transparant verband aangebracht (bv Tegaderm® splitverband). Bij een fragiele huid kan eerst een huidbeschermende spray (bv. Cavilon®) aangebracht worden of kan het transparant verband vervangen worden door Mepitel® film.
Fixatieverband StatLock®
Het verbandmateriaal kan via de groothandel van de thuisverpleegkundige aangekocht worden. De eerste uren en dagen na de plaatsing kan de insteekplaats nog nabloeden. Eventueel wordt er de eerste dagen een absorberend kompres op de insteekplaats onder het transparant verband geplaatst.
Om de katheter af te sluiten, wordt gebruik gemaakt van een kleurloos dopje (naaldloze connector). Deze moet vóór elke aansluiting of gebruik ontsmet worden met chloorhexidine 0.5% in alcohol 70% teneinde infecties te voorkomen.
De connector wordt wekelijks vervangen.
Nazorg
Verblijf je in het ziekenhuis dan wordt de katheter verzorgt door een verpleegkundige. Thuis wordt de verzorging opgenomen door de thuisverpleegkundige.
Frequentie verbandwissel en verzorging van de insteekplaats:
Minstens één keer per week (bij een niet-transparant verband om de twee dagen).Indien het verband loskomt en de insteekplaats dreigt vrij te komen.Indien de insteekplaats niet meer beoordeeld kan worden (doordat het bv. bevuild is met bloed).Indien er een vermoeden is van een infectie ter hoogte van de insteekplaats (zodat de insteekplaats goed geobserveerd kan worden). Let er op dat de katheter niet teruggetrokken wordt bij het vervangen van het verband. Indien dit toch gebeurt, wordt de behandelend arts hiervan verwittigd.
Om de katheter doorgankelijk te houden is het belangrijk dat deze op een correcte manier gespoeld wordt met een zoutoplossing (NaCl 0,9%). Dit gebeurt op de volgende momenten:
Na elke beëindiging van intraveneuze therapie.Voor en na een bloedafname.Tussen verschillende toedieningen van intraveneuze medicaties.Na terugvloei van bloed vanuit de ader naar de infuusleiding.Eén keer per week indien de katheter niet gebruikt is (bv. indien de intraveneuze producten slechts om de twee weken toegediend worden)
De katheter kan verschillende maanden ter plaatse blijven. Wanneer de behandeling afgelopen is, er een vermoeden is van een infectie of de katheter niet goed meer functioneert, wordt deze verwijderd. Het verwijderen gebeurt door een verpleegkundige op de kamer (of door de thuisverpleegkundige). Het verband wordt losgemaakt en door voorzichtig aan de katheter te trekken, glijdt deze uit de arm.
Aandachtspunten
Een bloedafname langs de katheter.Contrast toedienen langs de katheter (bv. tijdens een CT-scan).Het kan geen kwaad om de arm waar de katheter geplaatst is te gebruiken tijdens dagelijkse activiteiten. Door het bewegen wordt een goede doorstroming van het bloed bereikt.Douchen is mogelijk indien de insteekplaats beschermd is tegen insijpelend water. De boven arm en katheter kunnen ook met een eenvoudige huishoudfolie omwikkeld worden zodat het vrije stukje van de katheter niet hindert tijdens het douchen. Houd de arm ook zoveel mogelijk uit de rechtstreekse douchestraal.
Wat mag niet met de PICC?
Geen bloeddruk (laten) meten aan de arm waar de katheter geplaatst is.Geen bloedafname langs de arm waar de katheter geplaatst is.Niet zwemmen of baden (tenzij de arm boven water blijft).Niet te zwaar tillen.
Neem in de volgende gevallen contact op met de huisarts, behandelend arts of de afdeling:
Bij koorts (temperatuur ≥ 38,5°C) of rillingen.Als de insteekplaats rood en pijnlijk is of indien er troebel vocht uit de insteekplaats komt.Bij een toenemende zwelling van en pijn in de arm of schouder.Tekens van kortademigheid, hoesten, pijn in de borststreek.Indien de katheter uit de insteekplaats geschoven is. Schuif de katheter niet zelf terug, maar fixeer hem met een extra pleister of verband.Als de katheter verstopt of beschadigd is.