Pijntherapie – facetinfiltratie
Op deze pagina
Doel
Infiltratie is een techniek waarbij een naald in het lichaam gebracht wordt tot bij de mogelijke oorzaak van de pijn. Na positionering van een fijne injectienaald wordt er medicatie met een pijnstillend effect geïnjecteerd. Indien de arts het nodig acht, kan een andere behandeling uitgevoerd worden.
De wervelkolom bestaat uit verschillende wervels die op elkaar gestapeld zijn als blokjes. Door de facetgewrichten scharnieren deze blokjes ten opzichte van elkaar. Deze kleine facetgewrichten zijn gewrichten die zich achteraan de wervellichamen bevinden, waarlangs zenuwbanen lopen. Door slijtage of een ongeval, kunnen zich minuscule veranderingen voordoen ter hoogte van de facetgewricht.
Voorbereiding
Lees zeker ook even “pijntherapie - algemeen” na.
Na afloop van de behandeling mag je uit veiligheidsoverwegingen zelf geen voertuig besturen. Tref daarom de nodige maatregelen voordat je naar het ziekenhuis vertrekt omtrent begeleiding terug naar huis. Tijdens de duur van jouw behandeling kan jouw begeleider wachten in de ziekenhuiscafetaria.
Breng geen kinderen mee naar het ziekenhuis.
Verloop
Een testinfiltratie is een voorbereidende fase tot de eigenlijke facetbehandeling, met als doel te onderzoeken of de facetgewrichten de oorzaak zijn van de pijn. Daarom is het van belang dat je de pijn kan evalueren vóór en vlak na de procedure door handelingen uit te voeren of een lichaamshouding aan te nemen die de pijn gewoonlijk veroorzaken.
Bij een significante pijnvermindering na de testinfiltratie, kom je in aanmerking voor een radiofrequente behandeling, ook wel stroombehandeling of facetdenervatie genoemd, om zo de pijn gedurende een langere periode te verminderen.
Indien je echter op de dag van de testinfiltratie geen pijn ervaart of geen pijn kan uitlokken, wordt een facetinfiltratie mogelijks niet zinvol bevonden. In dat geval neem je best contact op met de Pijnkliniek.
Ter voorbereiding van de infiltratie wordt jouw pijnscore bevraagd. Middels een cijferaanduiding tussen 0 en 10, geef je jouw pijn een score: 0 staat voor geen pijn, terwijl 10 de maximaal denkbare score van pijn betekent. Ga ook na in welke houding of bij welke handelingen je de pijn het meest uitlokt en noteer deze.
Voor een behandeling ter hoogte van de halsstreek, lig je op de behandelingstafel op de rug of de zijde. Voor een lumbale behandeling lig je op de buik op een kussen om zo de wervelkolom uit te vlakken.
Het zuurstofgehalte in het bloed en het verloop van de hartslag worden gemeten en gemonitord met behulp van een knijper op een de vinger. Dit is volledig pijnloos.
De hals of rug wordt ontsmet met een roze ontsmettingsvloeistof. De veronderstelde pijnveroorzakende structuur wordt plaatselijk en tijdelijk verdoofd middels een kleine hoeveelheid verdovingsstof, al dan niet in combinatie met cortisone. Onder fluoroscopische controle brengt de arts een fijne naald in, dichtbij de te verdoven plaats. Door middel van contraststof wordt nagegaan of de naald correct gepositioneerd is. Deze procedure kan enkele keren herhaald worden tot de pijnveroorzakende structuur wordt gedetecteerd.
De evolutie van de intensiteit van pijn (pijnscore) wordt opgevolgd vóór en na deze proefblokkade en dit zolang de lokale verdoving effectief is. Daarom vragen we de pijn zo goed mogelijk op te wekken door een voor jou pijnlijke lichaamshouding aan te nemen. Afhankelijk van dit resultaat, worden verdere afspraken gemaakt.
Aangezien je zelf geen voertuig mag besturen na afloop van de behandeling, laat je je best naar huis begeleiden. Je mag ook geen machines of gevaarlijke apparaten bedienen en vermijdt best het nemen van belangrijke beslissingen op de dag van de behandeling.
Aandachtspunten
Bij elke behandeling kunnen zich verwikkelingen voordoen. Deze lijst is een algemeen overzicht en kan niet als volledig beschouwd worden.Pijn ter hoogte van de injectieplaats gedurende enkele dagen na de infiltratie.Cortisonegerelateerde nevenwerkingen: blozen, zweten, hoofdpijn, maagpijn, hartkloppingen, lichte ontregeling van de vrouwelijke cyclus met eventueel vaginaal bloedverlies, tijdelijke ontregeling van bloeddruk en bloedsuikergehalte. Diabetici dienen regelmatig hun suikerspiegel te controleren.Minimale kans op infecties.Bloedingen: het risico hierop is vrij klein en voor elke lokalisatie verschillend. Vandaar de maatregel om bij bepaalde injecties geen bloedverdunnende medicatie te gebruiken. Let wel, aan het stopzetten van bloedverdunnende medicatie zijn eveneens risico’s verbonden, in verhouding tot de reden waarom je bloedverdunnende medicatie neemt. Meldt steeds aan de arts en het zorgteam dat je deze medicatie neemt, en zet deze medicatie stop in overleg met een arts.Zenuwbeschadigingen: er wordt gehandeld volgens de huidige internationaal geldende richtlijnen waardoor het risico hierop uiterst klein is (minder dan 1 op 100.000).Klaplong bij procedures ter hoogte van de borstkas en het ribbenrooster. Deze complicatie komt vrij zeldzaam voor. Indien je tijdens de periode na de infiltratie klachten van kortademigheid of pijn ter hoogte van de borstkas vaststelt, dien je je naar de dichtstbijzijnde spoedgevallendienst te begeven.Een allergische reactie kan optreden naar aanleiding van de toegediende medicatie. Dit is een vrij zeldzame complicatie.