Pijntherapie – infiltratie sacro-iliacaal gewricht
Op deze pagina
Doel
Het sacro-iliacaal gewricht, afgekort SIG, is de verbinding tussen het heiligbeen en de bekkenring. Bij pijnklachten ter hoogte van dit gewricht kan de behandelend arts een infiltratie met een lokaal verdovende stof in dit gewricht voorstellen, om zo na te gaan of jouw pijnklachten hierdoor tijdelijk verdwijnen en dus waarschijnlijk veroorzaakt worden door irritatie van het sacro-iliacaal gewricht.
Voorbereiding
Lees zeker ook even “pijntherapie - algemeen” na.
Na afloop van de behandeling mag je uit veiligheidsoverwegingen zelf geen voertuig besturen. Tref daarom de nodige maatregelen voordat je naar het ziekenhuis vertrekt omtrent begeleiding terug naar huis. Tijdens de duur van jouw behandeling kan jouw begeleider wachten in de ziekenhuiscafetaria.
Breng geen kinderen mee naar het ziekenhuis.
Verloop
Voor de uitvoering van de behandeling neem je plaats op jouw buik op de behandeltafel. Het zuurstofgehalte in het bloed en het verloop van de hartslag worden gemeten en gemonitord met behulp van een knijper op de vinger. Dit is volledig pijnloos.
Jouw rug wordt ontsmet met een roze ontsmettingsvloeistof. Onder fluoroscopische controle wordt een fijne naald ingebracht tot in de gewrichtsspleet. Door middel van contrast wordt nagegaan of de naald correct gepositioneerd is en wordt een mengsel toegediend van een lokaal verdovend middel en een corticoïd.
Er kan een onmiddellijke, doch soms tijdelijke verbetering van de pijnklachten optreden.
Aangezien je zelf geen voertuig mag besturen na afloop van de behandeling, laat je je best naar huis begeleiden. Je mag ook geen machines of gevaarlijke apparaten bedienen en vermijdt best het nemen van belangrijke beslissingen op de dag van de behandeling.
Aandachtspunten
Bij elke behandeling kunnen zich verwikkelingen voordoen. Deze lijst is een algemeen overzicht en kan niet als volledig beschouwd worden.Tijdelijke krachtsvermindering of een doof gevoel in de benen. Dit is een rechtstreeks gevolg van het lokaal verdovend middel. Na verloop van enkele uren is deze verdoving uitgewerkt. Omwille van deze verwikkeling is het belangrijk dat je de eerste keer dat je rechtstaat na de procedure dit onder begeleiding van een verpleegkundige doet.Jouw pijnklachten kunnen tijdelijk in kracht toenemen door extra druk van de toegediende medicatie.Cortisonegerelateerde nevenwerkingen: blozen, zweten, hoofdpijn, maagpijn, hartkloppingen, lichte ontregeling van de vrouwelijke cyclus met eventueel vaginaal bloedverlies, tijdelijke ontregeling van bloeddruk en bloedsuikergehalte. Diabetici dienen regelmatig hun suikerspiegel te controleren.Minimale kans op infectiesBloedingen: het risico hierop is vrij klein en voor elke lokalisatie verschillend. Vandaar de maatregel om bij bepaalde injecties geen bloedverdunnende medicatie te gebruiken. Let wel, aan het stopzetten van bloedverdunnende medicatie zijn eveneens risico’s verbonden, in verhouding tot de reden waarom je bloedverdunnende medicatie neemt. Meldt steeds aan de arts en het zorgteam dat je deze medicatie neemt, en zet deze medicatie enkel stop in overleg met een arts.Zenuwbeschadigingen: er wordt gehandeld volgens de huidige internationaal geldende richtlijnen waardoor het risico hierop uiterst klein is (minder dan 1 op 100.000).Een allergische reactie kan optreden naar aanleiding van de toegediende medicatie. Dit is een vrij zeldzame complicatie.