Op deze pagina
Klachten
Een niet-aangeboren hersenletsel (NAH) of Cerebro Vasculair Accident (CVA) is een hersenletsel dat meestal ontstaat op latere leeftijd. De oorzaak van een CVA is een onderbreking van de bloedvoorziening naar een deel van de hersenen, veroorzaakt door een herseninfarct of een hersenbloeding. Hierdoor raakt een deel van de hersenen beschadigd. De functies (spreken, stappen,...) in dat gebied in de hersenen gaan hierdoor verloren.
Ook hersentrauma’s ten gevolge van een ongeval, een hersentumor, een herseninfectie of degeneratieve ziektes (Parkinson, Alzheimer, …) kunnen zorgen voor hersenbeschadiging. Tengevolge hiervan treden er functiestoornissen op met betrekking tot de motoriek, aandacht en concentratie, spraak en taal, slikken, …
Het normale slikproces
Het normale slikproces bestaat uit vier fases. In elk van deze fases kan er iets mislopen, waardoor het slikken bemoeilijkt wordt.
Orale voorbereidende fase:dit is de fase waarin voedsel of drank in de mond geplaatst wordt. De mond wordt gesloten en de tong wordt naar omhoog gebracht. Het voedsel wordt gekauwd, vermengd met speeksel en vormt zich een mooie voedselbrok, ook wel bolus genoemd.Orale fase:door een golfbeweging van de tong wordt de voedselbrok naar de keel gebracht.Keelfase:vanaf deze fase treedt de slikreflex op. Vanaf nu gebeurt alles automatisch. De luchtweg wordt afgesloten van de neusweg doordat het zachte verhemelte optrekt. De luchtpijp wordt afgesloten door het strottenklepje zodat er geen voedsel in de longen kan komen. De voedselbrok wordt door het samentrekken van de keelspieren verder vervoerd richting slokdarm.Slokdarmfase:de voedselbrok gaat via de slokdarm naar de maag. Dit gebeurt door de samentrekkingen van de slokdarm.
Wat kan er misgaan tijdens het slikproces?
In elk van deze vier fases van het slikproces kan er iets misgaan. Dit heeft vaak een invloed op de rest van het slikproces met verslikken tot gevolg.
Orale voorbereidende fase:doordat de mond niet goed sluit of minder gevoelig is, ontstaat speekselverlies. Door een verminderde kracht in de mond is de patiënt niet meer in staat de voeding te kauwen of te vermengen tot een mooie bolus.Orale fase:door een verminderde kracht is de tong niet meer in staat het voedsel te transporteren naar de keel. Voedselresten blijven achter in de wang doordat de tong niet meer in staat is het voedsel daar weg te halen.Keelfase:de slikreflex komt onvoldoende snel op gang, waardoor de spieren in de keel onvoldoende tijd hebben om de luchtpijp te beschermen. Het voedsel of vocht komt hierdoor in de luchtpijp of neus terecht. Men gaat zich dus verslikken, en men heeft het gevoel dat er iets blijft steken in de keel (globusgevoel). Er is een probleem met het transport van de voedselbrok. Soms hoest een patiënt voldoende om de voeding op te hoesten, maar soms is de hoestreflex vermindert.Slokdarmfase:het voedsel wordt onvoldoende getransporteerd door de slokdarm en blijft steken. De persoon heeft eveneens een globusgevoel.
Onderzoek
Het onderzoek naar slikstoornissen gebeurt door een logopedist. Eerst wordt een screening uitgevoerd waarbij nagegaan wordt welke consistenties; vaste voeding, dranken,… de patiënt al dan niet veilig kan slikken. De logopedist observeert de patiënt tijdens het eten en drinken.
Er wordt gekeken of het voedsel langer in de mond blijft, of het voedsel of de drank terugloopt uit de neus, of er veel gehoest wordt tijdens het slikken, of de persoon pijn heeft tijdens het eten,…
De screening blijft beperkt tot het analyseren van de eerste twee fases van het slikproces, namelijk de voorbereidende fase en de orale fase. Indien deze screening onvoldoende blijkt kunnen via radiografie foto’s genomen worden om de twee laatste fases van het slikproces na te gaan.
De logopedist observeert en onderzoekt de persoon met slikstoornis (dysfagie) door na te gaan wat er juist fout loopt bij het slikken.
Behandeling
Indien de cognitieve en fysieke toestand van de patiënt het toelaat worden sliktechnieken of slikmanoeuvres aangeleerd. De consistentie van de voeding wordt aangepast: vaste voeding malen, vloeistoffen indikken,… als tijdelijke of permanente maatregel. Hulpmiddelen zoals onder andere een aangepaste beker kunnen helpen het slikken te vergemakkelijken.
Wanneer het slikken niet meer op een veilige manier kan gebeuren, kan in overleg met de artsen beslist worden, om al dan niet tijdelijk, over te stappen op alternatieve voeding (sondevoeding). Dit is vaak noodzakelijk om voldoende voedingsstoffen op te nemen.
De dieet- en consistentieaanpassingen worden door vele patiënten moeilijk aanvaard. Toch willen we benadrukken dat deze in het belang van de patiënt zijn. Op regelmatige basis zal er een herevaluatie plaatsvinden waarbij de maatregelen eventueel herzien kunnen worden. Zolang het slikken echter onveilig verloopt en het risico op verslikken te groot blijft, moeten deze maatregelen in het belang van de patiënt goed nageleefd worden.
Tips
Slikstoornissen zijn erg gevarieerd. Afhankelijk van de oorzaak hebben personen last met het slikken van vaste of vloeibare voeding. Volg dus het advies van de logopedist. Niet alle maatregelen echter zijn geschikt voor personen met dysfagie.
Algemeen
Geef geen eten of drinken zonder toestemming van de logopedist of verpleging. Het is zelfs mogelijk dat je de persoon gedurende een bepaalde periode geen eten of drinken mag geven.Creëer een rustige omgeving tijdens de maaltijd. Zet de televisie uit en start een gesprek pas na het eten. De persoon met slikstoornissen moet goed rechtop zitten (90°). Bij voorkeur eet of drinkt de persoon niet in bed. Indien dit toch moet, is de positionering (90°) erg belangrijk.Ook na het eten of drinken dient de persoon met een slikstoornis nog enkele minuten rechtop te blijven zitten. Hiermee vermijden we dat achtergebleven stukjes voeding in de keel schieten.Controleer de mond eventueel ook na de maaltijd.Voor zover mogelijk dient de persoon met een slikstoornis zoveel mogelijk zelf te eten en drinken. Indien nodig kan een aangepast bestek of aangepaste beker gebruikt worden. Het voorbereiden van de voeding (pletten, snijden, …) kan door een familielid of verzorger gebeuren.Indien de persoon niet meer in staat is zelf te eten, is het volgende vrij belangrijk: bied een normale hap aan. Geef geen volgende hap tot de mond volledig leeg is. Geef voldoende tijd om te slikken. Laat de persoon even rusten indien nodig.Laat de persoon met een slikstoornis nooit alleen tijdens het eten of drinken.Zorg ervoor dat het eten of drinken niet te warm is.Zorg ervoor dat de gebitsprothese goed vast zit.Zorg ervoor dat de patiënt goed door zijn neus kan ademen.Lok geen spraak uit tijdens de maaltijd. Vermijd vragen zoals “Is het niet te warm? Nog wat saus?”
Slikken van dranken
Meng geen dranken met vaste voeding (brood, koek, … ). Dus niet soppen in dranken.Geen rietjes of tuitbekers gebruiken.Geef dranken in een beker met een uitsparing voor de neus, zodat de patiënt zijn hoofd NIET achterover hoeft te buigen.Laat dranken indikken.Laat kleine slokjes nemen.Laat de persoon met een slikstoornis zijn hoofd lichtjes voorover buigen tijdens het slikken.
Slikken van vaste voeding
Zorg dat het voedsel tot een dikke bal gekauwd wordt eer door te slikken.Snijd de stukken niet te groot.Laat de persoon een extra krachtige slikbeweging maken of enkele malen slikken op één hap. Dit kan helpen om de voedselresten weg te werken.Laat voeding malen.Zorg ervoor dat de voeding smeuïg is.
Wat doen bij verslikken?
Ondanks al de aangehaalde tips en maatregelen, kan het toch gebeuren dat de patiënt zich verslikt.
Hou dan hiermee rekening:
Laat de persoon uithoesten.Bied pas opnieuw voedsel of drank aan als de ademhaling terug rustig is.
Bij ernstig verslikken met gevaar op verstikking roep je de hulp in van bijvoorbeeld verpleging. Maak de mond leeg en verwijder het kunstgebit. Pas het Heimlich-manoeuvre toe:
1. Ga achter de persoon staan.
2. Maak een vuist door de ene hand in de andere te leggen.
3. Sla de armen rond het middenrif en plaats de vuist tussen de ribbenbogen.
4. Trek de beide handen met een snelle ruk schuin omhoog naar je toe