Klachten
MRSA, voluit Methicilline Resistente Staphylococcus Aureus, is een bacterie die resistent is tegen of immuun voor de klassieke antibiotica (met name methicilline). Meestal zit de bacterie verscholen in de neus of op de huid. Wanneer je in een goede gezondheid verkeert zal deze bacterie je niet ziek maken. Mocht je er toch last van hebben, zal dit in de vorm van een puistje of een ontstoken wondje zijn. Deze infecties genezen meestal zonder enig probleem vanzelf.
MRSA-drager zijn betekent dat de bacterie aanwezig is op het lichaam zonder ziektesymptomen te vertonen. Ondanks het feit dat de drager er zelf geen hinder van ondervindt, kan hij wel een potentiële bedreiging vormen voor verzwakte en zieke personen. De bacterie kan namelijk overgedragen worden door direct contact, vooral via de handen.
In tegenstelling tot een gezond iemand kan de besmetting met MRSA een gevaar inhouden voor personen met een ernstig verminderde weerstand, zoals ouderen, personen met open wonden, patiënten met katheters, …
Een besmetting met de MRSA-bacterie kan een infectie veroorzaken die moeilijk te behandelen kan zijn aangezien courante antibiotica niet volstaan. Het nemen van preventieve maatregelen in een ziekenhuismilieu om potentieel besmettingsgevaar in te dijken, is dan ook elementair.
Onderzoek
Het AZ Jan Portaels zoekt uitgebreid en doelgericht naar de MRSA-bacterie, dit heet screening. Een screening is een bemonstering van de huid op MRSA-aanwezigheid, gebruikmakend van specifieke wissers. Keel, neus, perineum (streek rond aars) en eventuele aanwezige wonden, worden minimaal bemonsterd.
Bij een ziekenhuisopname of tijdens een preoperatief consult worden risicopatiënten gescreend op een mogelijk dragerschap van MRSA. Dit zijn:
Patiënten afkomstig uit een andere zorginstelling (transfer vanuit een ander ziekenhuis, rusthuis, …)Patiënten met een MRSA-dragerschap in het verleden (al dan niet genegativeerd)Patiënten werkzaam in de veehouderij
Het AZ Jan Portaels beschikt over een snelle detectiemethode. In een tijdspanne van minder dan drie uur kunnen we bevestigen of een patiënt al dan niet drager is van de MRSA-bacterie. Bij een positief resultaat worden bijkomende voorzorgsmaatregelen genomen.
Behandeling
Overdracht voorkomen
In een ziekenhuis bevinden zich veel mensen dicht bij elkaar wat de kans op besmetting door uitwisseling van bacteriën vergroot. Omdat patiënten vaak minder weerstand hebben, zijn ze gevoeliger voor infecties. Daarom is het belangrijk de verspreiding van MRSA te voorkomen.
Indien je weet dat je MRSA-drager bent of was, is het belangrijk hier eerlijk over te zijn telkens je in een ziekenhuis wordt opgenomen of op consultatie gaat in een ziekenhuismilieu. Indien je dit niet doet vorm je een gevaar voor andere patiënten en ziekenhuispersoneel.
Wanneer een patiënt een infectie heeft of drager is van MRSA wordt hij onmiddellijk in een eenpersoonskamer in isolatie opgenomen. Het ziekenhuispersoneel draagt beschermende handschoenen, beschermschort, mond- en neusmasker en elke ziekenhuismedewerker ontsmet zoals steeds de handen met handalcohol voor en na elk patiëntencontact. Een geïsoleerde opname kan ingrijpend en onaangenaam zijn.
MRSA is niet gevaarlijk voor gezonde personen. Normaal sociaal contact is dan ook toegelaten, maar bezoekers dienen zich wel te houden aan enkele maatregelen. Deze zijn terug te vinden op een kaart aan de kamerdeur. Tevens worden ze gevraagd om zich vóór het eerste bezoek te wenden tot een verpleegkundige met betrekking tot de in acht te nemen maatregelen.
Decontaminatie van een drager
Wanneer je drager bent van de MRSA-bacterie wordt een behandeling gestart om de bacterie op het lichaam te doden:
Ontsmetting van de neus: behandeling met antibacteriële neuszalf, gedurende vijf dagen.Ontsmetting van de keel: behandeling met ontsmettend mondwater, gedurende vijf dagen.Ontsmetting van huid: behandeling door het wassen van het lichaam met antiseptische zeep, gedurende vijf dagen.
Daarna gebeurt opnieuw een screening. Na drie negatieve resultaten, wat betekent dat je geen MRSA-drager meer bent, worden de bijkomende voorzorgsmaatregelen opgeheven.
In geval van infectie kan de arts beslissen gedurende een periode een antibioticum toe te dienen. De behandeling kan per patiënt verschillend zijn.
Bij ontslag uit het ziekenhuis wordt jouw huisarts geïnformeerd over het MRSA-dragerschap. Het MRSA-dragerschap houdt geen risico in voor de thuisomgeving. Houd wel rekening met deze onderstaande aandachtspunten:
Zorg voor een goede persoonlijke hygiëne.Ook een degelijke hoesthygiëne is belangrijk: houd een wegwerpzakdoek voor de mond tijdens het hoesten en niezen.Zorg voor een doorgedreven handhygiëne, na elk toiletbezoek, snuiten van de neus, voor elke maaltijd.Dek wonden af.Was kleding op de hoogst mogelijke temperatuur.
Bij een ontslag naar een andere zorginstelling zal het AZ Jan Portaels de betrokken zorginstelling over dragerschap of infectie met de MRSA-bacterie zodat ook zij de nodige voorzorgsmaatregelen kunnen treffen.