FAQ Palliatieve zorgen
Welkom op ‘De Cirkel’, een aangepaste ziekenhuisomgeving
De Cirkel is gehuisvest op de derde verdieping van blok K van het AZ Jan Portaels. Vanuit site Vaartstraat rechtstreeks bereikbaar via de centrale liftenblok, vanuit site Gendarmeriestraat via de bewegwijzering over de passerel (eerste verdiep). Overdag is De Cirkel steeds vrij toegankelijk. Enkel ‘s avonds verzoeken wij om aan te bellen aan de afdeling.
| De eenheid telt zes eenpersoonskamers die aangenaam en sfeervol ingericht zijn met comfortabel meubilair. Elke kamer beschikt over een eigen sanitaire cel met lavabo en toilet. In de kamer zijn tevens een tv-toestel, radio, telefoon en een koelkast aanwezig. In elke kamer is er telefoon en wifi. Je kan een codenummer vragen op moment van de opname zodat rechtstreeks in- en uitgaande gesprekken kunnen gevoerd worden. De gesprekken worden automatisch aangerekend via de ziekenhuisfactuur. De patiënt is 24 uur op 24 bereikbaar. | |
| In de zithoek van de gemeenschappelijke living is er ruimte en gelegenheid om tv of dvd te kijken, muziek te beluisteren, een praatje met bezoekers te maken, … Je kan ook persoonlijke cd’s en dvd’s meebrengen. Indien gewenst kunnen de maaltijden genuttigd worden in de gemeenschappelijke eethoek. Samen eten is vaak gezelliger. In de keukenhoek kan de patiënt of een van zijn naasten een kleine maaltijd bereiden of opwarmen. | |
| Om tijdens het baden het in- en uitstappen te vergemakkelijken is de badkamer uitgerust met een bad dat in hoogte kan worden versteld. Er werd ook een stoel- en hanglift voorzien mocht de patiënt niet op eigen krachten in en uit het bad kunnen stappen. Douchen behoort ook tot de mogelijkheden. | |
| Op de eenheid zelf is tevens een stille ruimte geïnstalleerd, een plek waar de patiënt, familie of naasten tot rust kunnen komen en zich even kunnen terugtrekken. | |
| Het Koninklijk Besluit van 31.03.1987 verbiedt roken in openbare gebouwen. Dit algemeen rookverbod geldt ook in het AZ Jan Portaels. De patiënten van De Cirkel echter mogen per uitzondering roken, maar slechts op de daarvoor aangeduide plaats en na overleg met het afdelingszorgteam. |
Op de eenheid kiezen wij zeer bewust om niet te werken volgens een strikt dagschema, maar streven we ernaar de verzorging aan te passen aan het ritme van de patiënt die zelf, in onderling overleg met het zorgteam, de eigen dagindeling bepaalt.
Na vooraf gemaakte afspraken met het zorgteam kan eventueel een familielid of naaste helpen bij de hygiënische zorgen. Niet enkel wat de hygiënische zorgen betreft, maar ook op vlak van maaltijdgebruik houden we rekening met behoeften en wensen. Dagelijks bespreken we wat, wanneer en waar de patiënt wenst te eten. Indien zijn naasten graag zelf willen koken, kunnen zij hiervoor gebruik maken van de keukenhoek. Met de noden van de overige verblijvende patiënten in het achterhoofd, proberen wij hieraan zo veel mogelijk tegemoet te komen.
Ook de andere zorgverleners, zoals de kinesisten, zullen zoveel mogelijk met het ritme en de wensen van de patiënt rekening houden. Indien de gezondheidstoestand het toelaat kan de patiënt voor korte tijd, bijvoorbeeld voor een familiefeestje, de eenheid verlaten. Wij helpen je graag bij de voorbereiding hiervan.
Indien gewenst kan er zonder bijkomende kosten, één familielid of naaste blijven overnachten op de eenheid, in de kamer van de patiënt of een aparte kamer. Op eenvoudige vraag voorzien wij een maaltijd zodat er samen kan gegeten worden. Familieleden of naasten kunnen ook steeds terecht in de ziekenhuiscafetaria. Familie of naasten kunnen ook gebruik maken van de afdelingskeuken, mits deze na gebruik terug opgeruimd wordt. Als men samen een bepaalde gelegenheid wenst te vieren, kan dit in de living. Als wij hiervan op voorhand worden verwittigd, helpen wij graag bij de uitvoering ervan.
Omwille van de algemene veiligheid worden geen persoonlijke elektrische toestellen in patiëntenkamers toegelaten. De uitzonderingen hierop zijn haardrogers, scheerapparaten, GSM’s, PC’s, DVD spelers, draagbare radio’s.
TIP: check de pagina “hospitalisatie” voor handige tips en praktische info om je verblijf zo optimaal mogelijk voor te bereiden.
Een multidisciplinair team
De zorgverlening is gebaseerd op een multidisciplinaire aanpak. Dit houdt in dat de expertise van de teamleden optimaal gecombineerd wordt om de patiënt de best mogelijke zorg aan te kunnen bieden.
ArtsenDr. Gwen Verbekeis het diensthoofd en de behandelend arts op de palliatieve eenheid. Ze wordt bijgestaan door haar collega-geriaters en huisartsen-in-opleiding. De artsen doen, indien nodig, beroep op collega-specialisten voor de beste opvolging van de patiënten (bv. anesthesisten voor pijntherapie, neurologen, pneumologen, oncologen, radiotherapeuten,…).
ZorgteamYves De Raes is de hoofdverpleegkundige die samen met team van verpleegkundigen en zorgkundigen instaat voor de dagelijkse verzorging. Bij hen kan je steeds terecht voor alle vragen of bekommernissen.
Sociale dienstDe sociaal werker kan bijstaan in allerhande moeilijkheden zoals organisatie van thuishulp, hulpmiddelen, administratieve en financiële regelingen. Je kan er tevens terecht voor een vertrouwelijk of ondersteunend gesprek.
PsycholoogDe psycholoog kan jou of jouw naasten ondersteuning bieden door samen te reflecteren over de impact van het ziek-zijn op jezelf en de omgeving, jouw gedachten en gevoelens te verkennen of eventueel advies te geven hoe je jouw ziek-zijn kan bespreken met naasten, kinderen, ...
KinesitherapeutDe kinesitherapeut houdt bij de behandeling volledig rekening met individuele wensen of behoeften. De kinesitherapie wordt afgestemd op jouw comfort en welbevinden, bijvoorbeeld relaxerende massage bij spierspanningen.
ErgotherpeutDe ergotherapeut probeert met aanvullende therapieën, zoals bijvoorbeeld aromatherapie en handmassage jou tot rust te brengen indien je hiermee gebaat bent.
Levensbeschouwelijke dienstDe katholiek pastor en moreel consulent kunnen desgewenst bijstaan in de beleving van jouw geloofs- of levensovertuiging, een klankbord zijn bij existentiële vragen. Zij maken tijd voor jouw verhaal en kunnen jou helpen bij het organiseren van gewenste rituelen.
VrijwilligersTevens staan vrijwilligers klaar die onder andere voor het maaltijdgebeuren en de tussendoortjes zorgen om elk verblijf zo aangenaam mogelijk te maken.
Het team is er niet alleen voor de patiënt. Ook de dichte familie kan rekenen op hun bijstand.
Stervensfase voor naasten en familie
Hoe graag we het ook zouden willen, het tijdstip van sterven is moeilijk te voorspellen. Toch zijn er tijdens de stervensfase lichamelijke en geestelijke veranderingen die kunnen wijzen op een naderend sterven. De volgorde en de mate waarin deze zich voordoen, verschillen van persoon tot persoon. Ze treden op kort voor het overlijden. ‘Kort’ is een moeilijk te definiëren begrip, dit kan variëren van enkele uren tot enkele dagen voor het moment van overlijden.
Bewustzijn en contact De stervende verliest meer en meer het bewustzijn. De momenten waarop je contact hebt, worden minder frequent en korter. Toch zijn we overtuigd dat de stervende persoon tot op het einde gevoelig blijft voor geluid en nog flarden opvangt van wat er rondom wordt gezegd. Een zekere rust in de kamer is dan ook belangrijk. Indien je dit wenst, mag je de stervende zeker aanraken. Vaak zal dit een rustgevend effect hebben. In de korte tijd voor het overlijden glijdt de stervende meestal weg in een diepe slaaptoestand of coma.
Onrust en verwardheid Tijdens de laatste fase gebeurt het dat de stervende een delier (verwardheid) doormaakt. De persoon is op zo een moment niet helder en het lijkt alsof de dingen langs hem heengaan. Iemand met een delier kan de werkelijkheid geheel anders ervaren en dingen horen of zien die er helemaal niet zijn. Op zulk moment kan je steun bieden door rustig aanwezig te zijn en door eventuele waandenkbeelden of hallucinaties niet tegen te spreken. Een delier gaat soms ook gepaard met een verhoogde onrust waarbij de stervende het bedlinnen vastgrijpt of nerveuze armbewegingen in het luchtledige maakt. Zorg daarom voor een vertrouwde, rustige, steunende en veilige omgeving met herkenningspunten. Benader de persoon op een kalme en duidelijke manier.
Voeding Het lichaam is onderhevig aan veranderingen tijdens de stervensfase: de wangen vallen in, de neus wordt spits en de ogen zakken dieper in de oogkassen. Het lichaam vraagt in deze fase niet langer om eten of drinken. Het dorstgevoel te wijten aan vochttekort, is in deze fase niet of nauwelijks aanwezig. Het volstaat om een goede mondzorg toe te passen door de lippen en de binnenkant van de mond te bevochtigen. Bij een verminderde vochtopname zal de urineproductie ook afnemen. De toegenomen lichamelijke zwakheid kan dan leiden tot incontinentie. Met behulp van incontinentiemateriaal wordt dit ongemak zo veel mogelijk beperkt.
Bij palliatieve zorg staan comfort en levenskwaliteit centraal. Het respecteren van een verminderde eetlust of dorst van de patiënt kan bijdragen aan meer rust en welzijn en voorkomt dat eten of drinken als belastend wordt ervaren.
Ademhaling Ook in de ademhaling treden veranderingen op. Naarmate de dood nadert, verloopt de ademhaling onregelmatiger. Je zal merken dat de ademhaling soms stilvalt om na een pauze opnieuw op gang te komen. De tijdsduur tussen ademhalingen wordt steeds langer. Dit wordt door de stervende echter niet als een benauwdheid ervaren. Zijn gelaatsuitdrukking zal eerder rustig en sereen zijn.
Tijdens de stervensfase vallen de normale hoest- en slikprikkels ook weg. De stervende kan een reutelend geluid maken tijdens de ademhaling, veroorzaakt door slijmen die zich ophopen ter hoogte van de keelholte of luchtpijp. Ook hiervan ondervindt de stervende geen hinder.
Na de fase van onregelmatige ademhaling en reutelen volgen steeds langere adempauzes, oppervlakkiger ademhalen en tot slot de laatste adem, wat vaak niet meer is dan een zucht na een lange stilte.
Bloedcirculatie Vitale organen zoals hart en longen, worden het langst van bloeddoorstroming voorzien. Dit maakt dat de handen, voeten, neus, armen en benen, koud kunnen aanvoelen. De huidskleur wordt snel grauw en er ontstaan paarsblauwe plekken ter hoogte van de benen.
Waken wanneer de levensdraad dunner wordt
Je kan ervoor kiezen om te waken naast het bed van een familielid, een naaste, een dierbare, een kennis. Op deze wijze zorg dragen is een bijzondere ervaring voor jouw dierbare, maar ook voor jezelf.
De kamer, een eigen plek Het kan ondersteunend werken om van de (patiënten)kamer een eigen plekje te maken door ze in een persoonlijk kleedje te steken. In de levensmand vindt je enkele sfeerprenten, een fotokader, alsook enkele mooie decoratieve keien die hiertoe kunnen bijdragen. Voel je eveneens vrij om eigen herinneringen van thuis mee te brengen als je daaraan de voorkeur geeft. Persoonlijke foto’s van familieleden of speciale gebeurtenissen, een kruisbeeld, een kunstwerkje, ... Ook een plant op de vensterbank geeft een ruimte vaak een huiselijkere sfeer. Soms biedt het branden van een kaars enige troost in situaties zoals deze. Omwille van veiligheidsredenen is dit echter niet toegestaan in het ziekenhuis. Je kan wel het kaarsje op batterijen gebruiken dat in de levensmand zit. Wens je toch nog een kaars te branden dan verwelkomen wij jou graag in de Stille Ruimte van het AZ Jan Portaels.
Zintuigen Wanneer communiceren met woorden niet langer mogelijk is, kan je op andere manieren enigszins contact leggen. Via de zintuigen kan jouw dierbare vaak jouw aanwezigheid aanvoelen en er zo steun in vinden. Hieronder enkele suggesties. Muziek In de levensmand hebben we een verzamel-cd met heel wat uiteenlopende sfeernummers én een cd-speler toegevoegd. Eigen muziek meebrengen waarvan je denkt dat deze betekenisvol, troostend, aangenaam kan werken is uiteraard ook een mogelijkheid.
Geuren Geurende oliën kunnen voor rust of ontspanning zorgen. Via het zorgteam van de verblijfsafdeling zijn etherische oliën en aromastenen verkrijgbaar. Misschien doet het jou en jouw naaste deugd om elkaar lijfelijk te voelen via een handdruk, een streling, zachte masserende bewegingen. In de levensmand vindt je bodylotion.
Mondverfrissing Om de mond van jouw naaste te verfrissen, bestaan er staafjes die in water gedrenkt kunnen worden en waarop jouw naaste kan zuigen. Mocht hij dit niet meer kunnen, kan je er zijn mond ook mee reinigen. Vraag het zorgteam te tonen hoe dit staafje te gebruiken. Er is ook lippenbalsem in de kamer aanwezig.
Al wakend voor iemand zorgen betekent niet noodzakelijk 24 uur op 24 uur aanwezig zijn. Een luchtje scheppen, wat gaan eten of drinken in de cafetaria kan gerust. Geef een seintje aan het zorgteam als je jouw naaste alleen laat zodat zij een extra oogje in het zeil kunnen houden.
Voel je vrij af en toe naar huis te gaan. Even naar huis gaan kan namelijk nuttig blijken om je op te frissen, enkele uren te slapen, de zorg voor jouw gezin draaiende te houden.
Tracht zeker indien mogelijk, waakmomenten af te wisselen met andere naasten. Niemand weet immers hoelang dit hoofdstuk van het leven van jouw dierbare zal duren. Indien je iets wenst te melden aan een andere bezoeker over jouw naaste zonder dat je elkaar daadwerkelijk ontmoet, kan je observaties, opmerkingen en vragen in een heen-en-weer-boekje noteren.
Er is ook een notitieboekje en bijhorende pen beschikbaar om gedachten neer te schrijven. Het boekje mag je meenemen. Het is niet vreemd dat deze periode van waken en de mogelijke bijhorende emoties je een gevoel van kou geven. Breng gerust een dekentje van thuis mee. Daarnaast hebben we boekjes met gedichten, foto’s en gebeden, alsook een doe-boekje voor kinderen.
Palliatief verlof voor palliatieve zorgen
Wanneer een persoon palliatief is, vraagt dit vaak veel tijd en inzet van zijn naasten. De overheid heeft een aantal maatregelen getroffen waardoor mantelzorgers hun loopbaan tijdelijk kunnen onderbreken om zich te wijden aan de zorg voor deze patiënt.
Voor meer informatie over of hulp bij het aanvragen van palliatief verlof, kan je steeds terecht bij de sociaal werker van het AZ Jan Portaels, jouw mutualiteit of OCMW.Ook op de website van de RVA (Rijksdienst Voor Arbeidsvoorziening) vind je heel wat nuttige informatie.
Wat moet je doen na een overlijden?
Na een overlijden komt er vaak veel op je af, zowel emotioneel als praktisch. Vanuit ons ziekenhuis verwijzen we je graag door naar deze website van de notaris, waar je een duidelijk overzicht vindt van de stappen die je wanneer kan regelen. Zo hoef je niet alles meteen te doen en kan je in alle rust stap voor stap verder.
Rouwen is meer dan verdriet
Mensen zijn vaak bang dat hun reacties op het overlijden van een dierbare niet normaal zijn. Wat je precies kan verwachten, is moeilijk te voorspellen, omdat elk rouwproces uniek is. Verschillende factoren beïnvloeden je rouwproces: de aard van je relatie met de overledene, hoe je gewoonlijk omgaat met verliessituaties, of je afscheid hebt kunnen nemen, op welke manier de persoon overleden is, …
Rouw toont zich in alles wat je bent: Je lichaam rouwt. Dit kan zich uiten door bijvoorbeeld weinig of net meer eetlust, hoofdpijn, diarree, duizeligheid, slaapproblemen, nek- en rugpijn, hartkloppingen, haaruitval, …
Rouw toont zich in de dingen die je doet. Soms hecht je veel waarde aan bepaalde voorwerpen die horen bij de overledene, omdat ze een goed gevoel kunnen geven. Dragen van kledij van de overledene of de kamer of spullen van de overledene onaangeroerd laten, kunnen een gevoel van veiligheid en verbondenheid bieden. Je kan je interesse verliezen in gewone activiteiten, geen initiatief kunnen nemen voor of zelfs vermijden van sociale activiteiten, of de energie missen hiervoor. Het kan ook precies andersom zijn, waarbij je de neiging hebt om je vast te klampen aan anderen en net heel erg op zoek gaat naar gezelschap van anderen. Beide reacties zijn volstrekt normaal.
Rouw raakt je in je denken. Je kan overspoeld worden door beelden, last hebben van concentratieverlies, je tijdsbesef kan veranderen, je kan moeilijk beslissingen nemen, piekeren, … Soms kan je je dierbare zien in een massa, hem of haar ruiken of horen of intens over hem of haar dromen.
Rouwen voel je. Veel nabestaanden kampen met intense, verwarrende en soms ook tegenstrijdige gevoelens: verdoving, verwarring, alles in een roes beleven, angst, boosheid, verdriet, schaamte over het verdriet, ontkenning, opluchting, schuldgevoelens, neerslachtigheid, leegte, eenzaamheid, … Het zijn normale reacties op een ingrijpende verandering. Ze verminderen of verdwijnen na verloop van tijd. Hoeveel tijd hiervoor nodig is, is zeer persoonlijk.
“Iedereen moet door bepaalde fasen.”
Elk rouwproces is uniek. Niet iedereen ervaart dezelfde emoties en de emoties komen niet allemaal in dezelfde volgorde voor. Er is geen voorspelbaar patroon of tempo. Mensen ervaren hun rouwproces eerder als een opeenvolging van pieken en dalen. Vaak worden ook tegenstrijdige gevoelens ervaren (bv. gemis en opluchting, verdriet en boosheid).
“Het begin is het ergste. Daarna zal het wel slijten.”
Verdriet slijt niet met de jaren, rouw wél. De shock en het lamlendige gevoel verdwijnen, maar je blijft iemand missen. Daar leer je mee leven. Bepaalde gelegenheden (trouwdatum, geboorte, verjaardag,…) kunnen emoties doen opflakkeren, en dit elk jaar opnieuw.
“Je moet de overledene loslaten”
Je rouwt om iemand omdat er een relatie is met de persoon die je verloren bent. De relatie of verbinding verdwijnt echter niet doordat een persoon overlijdt. Vele mensen halen steun uit het herinneren of uit het praten met de overledene. De overledene “loslaten” zou willen zeggen dat je de band doorknipt, dat je het verleden uitgomt. Dit brengt vaak meer leed teweeg dan de relatie met de overledene behouden.
“Als je geen pijn of verdriet voelt, ben je aan het ontkennen.”
Met verlies kan je op verschillende manieren bezig zijn. Zo kan het voor de buitenwereld lijken alsof je verdriet vermijdt wanneer je er niet over kan praten. Rouwen is meer dan pijn en verdriet alleen. Ook gevoelens van opluchting kunnen er zijn. Uit het verlies van iemand kunnen ook positieve dingen voortkomen, zoals bv. een hechtere band tussen betrokkenen, of nieuwe inzichten in het leven.
“Na een jaar moet je er toch wel overheen zijn.”
Er bestaat niet zoiets als een bepaald, welomschreven einde van het rouwproces. De liefde of je verleden met jouw dierbare verdwijnt niet. Omdat je van iemand kan blijven houden, kan je iemand ook blijven missen. Er komt echter een moment waarop je voelt dat je het gemis kunt hanteren. Zo zou je kunnen zeggen dat de rouw eindig is. Je kunt weer verder met je leven, met je verlies en je gemis.
Omgaan met verlies is schommelen tussen enerzijds het missen van de overledene, het koesteren van de band die je hebt met de overledene en het ophalen van herinneringen. Anderzijds pas je je aan aan veranderingen die zich ten gevolge van het verlies voordoen in het dagelijkse leven. Het leven gaat verder. De ene keer zit je met beide voeten in de realiteit van het verlies, de andere keer zit je helemaal in de realiteit van het leven. De ene beweging is verliesgericht en de andere herstelgericht. Het ene is niet beter dan het andere, het is een kwestie van een soort balans zoeken. Het verliesgerichte kan zich tonen in het naar de begraafplaats gaan, het praten met de overledene, erover spreken met familie en vrienden, verlangen en missen, huilen, opstandig zijn, schuldgevoelens hebben, mooie herinneringen ophalen, …
Aan de herstelgerichte zijde van rouw ga je om met de veranderingen die het gevolg zijn van het verlies, je houdt je zo goed als het gaat bezig met de dagelijkse activiteiten, met de rollen die je vervult en de taken die je moet opnemen. Je probeert om te blijven functioneren in het dagelijks leven en opnieuw richting en betekenis te geven aan je leven.
Gun jezelf de tijd om te rouwen.Probeer te ontdekken wat voor jou kan helpen: erover praten, sporten, schrijven, werken,…Laat je omgeving weten hoe of waarmee ze jou kunnen steunen en helpen.Tracht zoveel mogelijk structuur aan te brengen in je dagelijkse leven.Laat je niet dwingen iets te doen waar je geen zin in hebt.Belangrijke beslissingen en grote veranderingen in je leven kan je beter even uitstellen.Probeer regelmatig en gezond te eten.Als je slaapproblemen hebt, probeer dan natuurlijke hulpmiddel- tjes om deze op te lossen.Je mag jezelf verwennen met dingen die je ontspannen.Maak tijd voor rituelen en symbolen die bij jou passen (bijvoor- beeld kaarsen branden, foto’s plaatsen, herinneringshoekje maken, …).Literatuur lezen rond rouw kan troost en steun geven (aan het einde van deze brochure vind je leestips).Zoek contact met lotgenoten, mensen die ook een rouwproces doormaken.Probeer je verlies woorden geven. Kom ‘op verhaal’. Het terug kijken en reconstrueren van gebeurtenissen zorgt ervoor dat je gedeeltelijk weer vat krijgt op het gebeuren.
Rouwen heeft geen eindpunt. Het is een levenslang proces van zoeken naar betekenisvol leven zonder de overledene. Normale rouw bestaat niet. Er zijn grote individuele verschillen, elk rouwproces is uniek. Rouwenden laten niet los. Zij proberen om blijvend verbonden te zijn, op vele manieren. Hulp of informatie nodig?
Tele-onthaalTele-onthaal is 24 uur op 24, 7 dagen op 7 bereikbaar voor een gesprek met een vrijwilliger, in alle anonimiteit. Telefoonnummer 106.Kinder- en jongerentelefoonKinderen en jongeren kunnen er anoniem met hun vragen terecht via telefoon, e-mail en chat. Telefonisch is de dienst alle dagen (behalve zon- en feestdagen) van 16u tot 22u. Telefoonnummer 102 / mailen naarbrievenbus@kjt.org.Centrum Algemeen Welzijnswerk (CAW)Hier kan je terecht voor psychosociale begeleiding, Jongeren Advies Centra en Slachtofferhulp. Slachtofferhulp biedt ondersteuning bij zelfdoding, overlijden door een verkeersongeval en moord. Er zijn 26 CAW’s in Vlaanderen. Adressen van deze CAW’s vind je op de website van CAW.Centra Morele Dienstverlening (CMD)Voor bijstand over levensvragen en zingevingsvragen. Informatie over een centrum bij jou in de buurt kan je verkrijgen via het Federaal Secretariaat van de Unie Vrijzinnige Verenigingen. 02/735 81 92 / info@deMens.nu .Trefpunt Zelfhulp vzwDeze vzw is het informatie- en ondersteuningscentrum voor zelfhulpgroepen in Vlaanderen. De vzw beschikt over gegevens van specifieke zelfhulpgroepen of alternatieven voor lotgenotencontact.
Literatuur voor volwassenen
Brink Jos (2007). Rouw op je dak. Verder leven na de dood van een dierbare. Lannoo.Polspoel Arthur (2008). Het was toch een mooi leven. Rouw van ouderen om het verlies van de partner. Davids fonds/Ten HaveJansen Evamaria & Maes Johan (2009). Ze zeggen dat het overgaat. Witsand Uitgevers.Maes Johan (2015). Gehavend. Witsand Uitgevers.
Literatuur voor kinderen
Fiddelaers-Jaspers Riet (2003). Ik hou je nog even vast. Mijn eigen herinneringsboek. Kok. (werk- of herinnerings boek, 6+)Fiddelaers-Jaspers Riet (2005). Als jij er niet meer bent. en Have. (info over omgaan met dood, 8+)Fiddelae rs-Jaspers Riet (2009). Ben je hier of ben je daar? In de wolken (werkboek, 12-23 jaar)Fiddelaers-Jaspers Riet & van ’t Erve Monique (2006). Weg van mij. Averbode. (werk-, doe-, lees- en herinne ringsboek, 5-12 jaar)Fiddelaers-Jaspers (2020). Riet Wie ben ik zonder jou. Jong zijn en verder leven na
Websites
www.rouwzorgvlaanderen.bewww.in-de-wolken.nlwww.missingyou.be (voor kinderen, jongeren en jongvolwassenen)
Soms verloopt het omgaan met verlies erg moeizaam. Het is raadzaam om professionele hulp in te schakelen:
wanneer je het gevoel hebt dat je rouwproces na lange tijd nog altijd zeer intens is, wanneer bepaalde emoties gedurende langere tijd overheersen.wanneer je helemaal overspoeld wordt en je er na lange tijd niet in slaagt om te functioneren, thuis, op je werk of in je sociale contacten.wanneer je er aan denkt om een einde aan je leven te maken. Wanneer je vindt dat je leven geen zin meer heeft.wanneer je alcohol, medicatie of een verslaving absoluut nodig hebt om de pijn van het verdriet te verminderen.
Rouwen bij kinderen en jongeren
Sommige gebeurtenissen in een ziekenhuis kunnen erg ingrijpend zijn. Ziekte, overlijden en verlies gaan vaak gepaard met verdriet, angst, onduidelijkheid,… Ook kinderen en jongeren worden rechtstreeks of onrechtstreeks geconfronteerd met deze gebeurtenissen. Meestal vinden zij in de vertrouwde omgeving van familie, school, vrienden, … op hun eigen tempo een manier om hun leven verder te zetten en de gebeurtenis een plaats te geven. Soms is deze weg ‘op eigen benen’ te moeilijk en hebben zij nood aan extra ondersteuning.
www.achterderegenboog.nlwww.in-de-wolken.nlwww.rouwzorgvlaanderen.bewww.missingyou.bewww.clairevandenabbeele.bewww.rondpunt.bewww.palliatieve-zorg-en-kinderen.bewww.kankerspoken.nlwww.werkgroepverder.be
Kinderen en jongeren kunnen bij onderstaande organisaties terecht met hun vragen, zorgen, verdriet, …
Jongerenadviescentrum (JAC)Voor jongeren tussen 12 en 25 jaar J.B. Nowélei 33, 1800 Vilvoorde T 02 253 74 39 | www.jacvilvoorde.beKinder– en jongerentelefoonVoor kinderen en jongeren tot 18 jaar Gratis en anoniem Telefoon 102 | www.kjt.orgHuis van de MensVoor alle leeftijden Frans Gelderstraat 23-25, 1800 Vilvoorde T 02 253 78 54 | cmd.vilvoorde@uvv.beCentrum Algemeen WelzijnswerkVoor alle leeftijden J.B. Nowélei 33, 1800 Vilvoorde T 02 252 09 39 | www.cawvilvoorde.beCentrum leerlingenbegeleiding (CLB)Voor schoolgaande jongeren Gemeenschapsonderwijs: Ridderstraat 7-9, 1800 Vilvoorde T 02 251 44 25 | www.go-clb.beKatholiek onderwijsGendarmeriestraat 63, 1800 Vilvoorde T 02 251 15 55 |www.kov.be
Hoe jong ze ook zijn, elk kind rouwt na een overlijden. Op een aantal punten wijkt het rouwproces van een kind af van dat van een volwassene. Dit heeft te maken met het feit dat het denkproces van kinderen tot en met twaalf jaar nog niet volledig ontwikkeld is. Rouw bij kinderen is vaak zichtbaar via het gedrag. Dit komt omdat zij vaak niet weten hoe ze met deze gevoelens van rouw en verdriet om moeten gaan. De volgende vormen van gedrag kunnen opvallend zijn: agressie, boosheid, ontkenning, concentratieproblemen, onrust, stil of opvallend lief zijn, zoekend naar aandacht. Dit zijn normale reacties van kinderen op een moeilijke situatie. Kinderen rouwen niet continu. Het rouwen gaat op en af. Een kind kan plotseling overdonderd worden door verdriet, maar het moment daarna weer vrolijk naar buiten rennen om te gaan spelen.
Kinderen tot 3 jaar voelen duidelijk dat er iets mis is, maar kunnen dat niet verwoorden. Sommigen huilen, anderen worden uitbundig, nog anderen trekken zich terug.3- tot 5-jarigen beseffen het verlies wel, maar denken nog altijd dat de dood iets tijdelijks is. Als de overledene niet terugkomt, kan woede een manier van rouwen zijn. ‘Voor altijd’ en ‘nooit meer’ zijn begrippen die de kinderen moeilijk kunnen vatten. Ze hebben meer dan ooit nood aan een vertrouwde omgeving en een vast ritme.6- tot 9-jarigen beseffen stilaan dat de dood onomkeerbaar is en dat ze zelf ook kunnen doodgaan. Ze kunnen zich daardoor onveilig voelen. Deze kinderen zijn nog sterk afhankelijk van hun omgeving. Laat ze voelen dat je nabij bent.10- tot 12-jarigen willen zich betrokken voelen bij het gebeuren. Soms beschermen ze anderen en onderdrukken ze hun eigen pijn en verdriet. Tieners hebben vaak hulp nodig om hun gevoelens te uiten.13- tot 18-jarigen willen het liefst zelfstandig leven maar zoeken tegelijkertijd veiligheid en bescherming. Ze praten niet gemakkelijk over hun gevoelens met een volwassene, wel met hun vrienden.
Enkele tips:
Pas de wijze waarop je kinderen informeert aan volgens de leeftijd en het begrippenkader van kinderen. Ga het vertellen over feiten en omstandigheden niet uit de weg. Ga ervan uit dat de fantasie van kinderen veel erger is dan de werkelijkheid.Betrek kinderen en jongeren zoveel mogelijk bij alles wat geregeld moet worden. Hun inbreng en wensen zijn belangrijk. Mogelijk kunnen ze ook taken op zich nemen waardoor ze zich nog meer betrokken voelen.Ga met kinderen en jongeren afscheid nemen van de overledene. Ook als ze er tegenop zien. Vraag waar ze tegenop zien. Dwing nooit maar stimuleer wel.Zelfs kleine kinderen kunnen al mee naar de uitvaartdienst van een gezinslid. Bij de uitvaart van opa of oma of anderen die het kind zeer nabij waren kunnen kinderen zeker vanaf een jaar of zes zeker mee.Wanneer je als volwassene zelf erg betrokken bent bij degene waarvan afscheid genomen wordt (je partner, kind, vader of moeder) zorg er dan voor dat er iemand in de afscheidsdienst aanwezig is die eventueel voor de kinderen kan zorgen als die het niet meer volhouden zodat je zelf zowel fysiek als geestelijk aanwezig kunt blijven.Zorg dat de naam van de overledene nog regelmatig genoemd wordt in huis. Stop dierbare spullen die aan hem of haar herinneren niet weg.Geef aandacht aan het rouwende kind op het moment dat hij het nodig heeft. Zet de stofzuiger uit, leg de GSM aan de kant. Wat je zegt is in het algemeen minder belangrijk dan hoe je het zegt en wat je doet. Dikwijls is 100% aanwezigheid op het moment dat het nodig is al voldoende. Vraag niet aan het kind om zijn gevoelens uit te stellen, te doen of ze er niet zijn of te veranderen.Het is normaal dat je momenteel zelf ook erg verdrietig bent. Je mag dit tonen. Leg aan je kind uit dat dat normaal is. Hoe moeilijk de dood ook te aanvaarden is, het maakt deel uit van het leven. Als jij er op een natuurlijke manier over kan praten, zal dat je kind zeker helpen om het overlijden van een naaste te aanvaarden.